»Sie ist kein ›Holocaust-Opfer‹. Sie ist meine Oma!«*
Als je na 7 oktober 2023 hebt deelgenomen aan een pro-Palestijnse demonstratie, heb je je misschien doelwit gevoeld van de media 1; je hebt misschien de indruk gehad dat ze je dringend probeerden over te halen, om je te verwijten dat je niet opkwam voor Israël. Waren we tenslotte niet allemaal gewaarschuwd voor een »gevaarlijke alliantie tussen islamisten, dwarsdenkers en rechts-extremisten« 2? Werden we niet geconfronteerd met de vraag of we, als deel van het midden van de samenleving (die altijd gevoelig is geweest voor ›antisemitisme‹), het risico moesten lopen om onszelf gemeen te maken, of om verward te worden met aanhangers van antisemitische samenzweringstheorieën? Als je zo onvoorzichtig was om je aan te sluiten bij een menigte die tegen alle waarschuwingen in met Palestijnse vlaggen zwaaide: Realiseerde je je eigenlijk wel wie of wat je steunde? Dat de kufiya, de ›Arafat‹ of ›Pali‹ doek bij wijze van spreken de vlag is van de Grootmoefti van Jeruzalem Haj Amin al-Husseini (die, zoals je weet, Hitler in de eerste plaats op het idee bracht om de Joden uit te roeien? 3)
Het zou begrijpelijk zijn als u, als burger van een land dat begaan is met het behoud van vrijheid en mensenrechten overal ter wereld, gezien de beelden van complete verwoesting en ontheemding van de bevolking in de Gazastrook en vanwege het buitenproportionele karakter van de wraakcampagne van een rechtse zionistische regering 4 die door onze regering wordt gerechtvaardigd als zelfverdediging voor Israël, maar vooral gezien de inconsistentie van het Duitse buitenlandse beleid in het geval van Israël, de intentie zou hebben om uw ongenoegen ook in dit opzicht te uiten. Ondanks alles dient u er rekening mee te houden dat »bij pro-Palestina demonstraties de laatste tijd herhaaldelijk antisemitische misdrijven zijn gepleegd« 5. Je moet daarom afwegen of je je goede reputatie of – als zelfstandige creatieveling of fee earner in de precaire kunst- en cultuursector – je financiering uit de publieke kas op het spel wilt zetten door jezelf bloot te stellen aan verdenking van antisemitische sentimenten.
Als je kleur wilt bekennen tegenover de humanitaire ramp die zich voor onze ogen voltrekt en gebruik wilt maken van je recht om te demonstreren (wat de wereld overigens laat zien dat de vrijheid van meningsuiting in deze republiek wordt gehandhaafd), doe dat dan met de vlag met de davidster 6. Misschien zie je dit als een tegenstrijdigheid met je zaak, met moraliteit en mensenrechten. Maar op deze manier erkent u de »historische verantwoordelijkheid van Duitsland tegenover het Jodendom en de staat Israël.« 7 In tegenstelling tot de bewering dat een »toewijding aan Israël» »niet realiseerbaar« is,8 kunt u als persoon met een ›vluchtelingenachtergrond‹ het levende bewijs van het tegendeel leveren. Als immigrant van Palestijnse afkomst kun je zelfs je dankbaarheid tonen aan het volk aan wie de Palestijnse bevolking haar bevrijding van Arabische buitenlandse overheersing te danken heeft 9. U kunt ook uw kennis van het Duits laten zien door Hamas te classificeren als een ›islamistische terroristische organisatie‹ volgens de officiële taal 10, waarvan het vanzelfsprekend zou moeten zijn om u te distantiëren 11 wilt u niet gevaar lopen uw Duitse staatsburgerschap kwijt te raken. Misschien is het zelfs gemakkelijker zich te onderwerpen aan de raison d'état van een land waar vrijheid, rechtvaardigheid en gelijke kansen onvervreemdbaarder zijn dan van het land waaruit je bent gevlucht omdat de eis voor democratie je daar in de gevangenis zou hebben doen belanden. Wij Duitsers, burgers van een verlichte democratie, vinden het natuurlijk moeilijker om een »principe te volgen volgens hetwelk de staat het recht heeft om onder bepaalde omstandigheden zijn belangen te laten gelden, zelfs in strijd met de rechten van het individu, als dit absoluut noodzakelijk wordt geacht voor het welzijn van de staat«12, een raison d'état waarvan we veronderstelden dat die uiterlijk op de dag dat de basiswet van kracht werd uit de mode was geraakt. Want »in tegenstelling tot het idee van het recht en de rechtsstaat« zijn »raison d'état en de rechtsstaat ... vijandige politieke begrippen.«13 In wezen drukt raison d'état ook een angst voor het nieuwe uit. Overigens heeft het dit gemeen met de voorspelbare reactie van de Israëlische regering op de verwachte Hamas-aanval op 7 oktober. Ze zijn het resultaat van het diep graven in de mottenballen van versleten ideeën 14 van een samenleving die zichzelf heeft uitgeput. Zoals William Marx, literatuurwetenschapper aan het Collège de France, het verwoordde:
»Op 7 oktober kwam het denken tot stilstand. In het aangezicht van de gruwel van het bloedbad dat door Hamas werd aangericht en het geweld van de Israëlische tegenaanval, doofde alle nuance uit. De wereld bevroor in binaire tegenstellingen: Goed en kwaad, wit en zwart, en de kampen, of het nu in Frankrijk, Europa of de Verenigde Staten is, redetwistten zonder concessies. Het is een oorlog van loyaliteitsverklaringen. Mensen verklaren zich pro-Palestijns of pro-Israëlisch en argumenteren als een machine, niet meer en niet minder.«15
Het wordt nu als vanzelfsprekend beschouwd dat wij Duitsers niet vreemd zijn aan denkverboden in naam van autoriteit, republiek of democratie. Juist in tijden van uitputting, teleurstelling (over onze eigen veranderlijkheid) en oververzadiging wordt totalitarisme aantrekkelijker. Dat hetzelfde gezegd kan worden van landen als de VS, Frankrijk of Groot-Brittannië, die meer ervaring hebben met revolutie, is eerder een waarschuwing dan een troost. Wat Vincent Lemire schrijft over de gemoedstoestand van zijn land na 7 oktober zou ook een historische les voor ons moeten zijn (ook met het oog op de oorlog in Oekraïne):
»Tegenover zo'n golf van geweld volhardt het politieke debat in Frankrijk in zijn binaire futiliteit. Iedereen wordt opgeroepen zijn kamp te kiezen, alsof onze uitkijkposten vergelijkbaar zijn met die van de families van de verdwenen Israëlische gijzelaars of de Palestijnse burgers die verdrinken in bommen. Maar onze rol op veilige afstand van de gevechten is niet om ›oorlogje te spelen‹ door te doen alsof we op het slagveld zijn, want dat zijn we niet. Integendeel: ver weg van het lawaai van de wapens kunnen en moeten we nuchter, met een onbevooroordeelde blik, onderzoeken wat zich daar afspeelt: niets minder dan de vijfde en laatste daad van het Israëlisch-Palestijnse conflict – de oplossing met het gevaar van de volledige vernietiging van de ene of de andere kant van de strijdende partijen.« 16
Oudere lezers zullen zich misschien herinnerd voelen aan de ›Bleierne Zeit‹, aan de ›Duitse Herfst‹ - aan de tijden en gevoeligheden van een samenleving in crisis, die zichzelf omwille van de overmoed van het best mogelijke verbiedt om zich een betere voor te stellen en die uit een vage angst voor haar eigen moed (of is het de angst voor de werkelijke gevolgen) opnieuw haar toevlucht neemt tot methoden die oud zijn zonder zich bewezen te hebben; die geleid hebben tot de ellende waarin we ons momenteel bevinden. Dit toont aan dat de echte tweedeling in de samenleving niet tussen rechts en links, tussen neoliberaal en socialistisch, tussen rijk en arm, enzovoort is. Wat echt gevaarlijk is, is de schijnbaar onoverkomelijke kloof die in alle bevolkingsgroepen en alle naties aan het ontstaan en groeien is tussen enerzijds de kennis over welke fouten leiden tot welke voorspelbare rampspoed en welke gekoesterde gewoonten we zouden moeten opgeven om ze te voorkomen, en anderzijds de onwetendheid die hardnekkig het collectieve ›gewoon blijven doorgaan‹ bevordert.
Sinds haar toespraak tot de Knesset in 2008, waarin Angela Merkel sprak over de veiligheid van Israël als onderdeel van de Duitse raison d'état17 , hoeft er niet meer expliciet op gewezen te worden dat onderwerping aan de raison d'état een verbintenis met Israël betekent 18. Men zou bijna kunnen spreken van een ›tweestatenoplossing‹ avant la lettre. Toch zou het kunnen dat deze toewijding niet nodig was geweest als er geen twijfel, niet een haarscheurtje was ingeslopen. Want net als bij het beroep op de welkomstcultuur van het ›Wir schaffen das‹, dat later een slagzin werd, is de verklaring dat de Bondsrepubliek Duitsland niet denkbaar is zonder Israël – of zoals de vicevoorzitter van de Bondsdag Katrin Göring-Eckhardt voor het linksliberale milieu het uitdrukte: »Het bestaansrecht van Israël is ons eigen bestaansrecht.« 19 – ook een onredelijke eis: dat het onrecht van het zionisme dat in naam van de Joden in Israël wordt gepleegd, deze schandelijke vorm van kolonialisme, iets zou zijn dat wij tolereren en in dit opzicht delen.
Tot op zekere hoogte leidt het werken aan de herinneringscultuur tot historische vergeetachtigheid, de raison d'état werkt als gedeeltelijk geheugenverlies ten aanzien van Israël en de Joden 20. Als de Shoah zo dicht bij ons wordt gebracht in de media, op gedenkplaatsen en herdenkingsevenementen bij gebrek aan contemporaine getuigen en zo realistisch wordt voorgesteld als gebeurtenissen kunnen worden overgebracht die wij latere generaties niet zelf hebben meegemaakt en alleen authentiek kennen uit ooggetuigenverslagen, is er een strijd over de herinnering losgebarsten tussen degenen die het voor altijd willen in barnsteen gieten en degenen die het willen begrijpen vanaf een tijdelijke afstand en in een ruimtelijk verband. Vooral conservatieve zionisten zien historisering als prijsgave en veroordelen elke vergelijking als ›relativering‹. Ze hebben de cultus van slachtofferschap rond de Holocaust nodig en bruiken en misbruiken die als bevestiging van de manicheïstische stichtingsmythe van Israël als een staat waaruit, volgens hun scheppingslegende, de Joden in de dagen van de Olim werden verdreven om er in 1948 na duizenden jaren ballingschap naar terug te keren. In het ›antisemitisme‹ gaat de vrees om de Joodse pogroms te vergeten samen met de vrees de legitimiteit van Israël als zionistisch project te verliezen.
Maar het lijkt mij dat de herinneringscultuur een te hoge prijs heeft voor het vergeten van de geschiedenis. De problematische aard van het herdenken van de Holocaust als het morele nulpunt van de relaties tussen niet-joden en joden, tussen Duitsland en Israël, blijkt enerzijds uit de obsessieve overtuiging dat men er altijd op moet terugkomen zodra de een of de ander ter sprake komt. Het verbod op het ontkennen van de Holocaust lijkt net zo dubieus. Er verandert niets aan het historische feit als iemand het desondanks beweert. Dat omgekeerd het feit dat een maatschappij in staat is haar geschiedenis te herschrijven (en dienovereenkomstig te doen inzien) in tegenstelling tot wat eerder als historisch zeker werd beschouwd, daarvoor blijkt Israël een voorbeeld te zijn.21
7 oktober is ingrijpend 22 voor zover het geschiedt op een moment dat de laatste hedendaagse getuigen zijn gezwegen en de laatste daders in rolstoelen voor de rechter worden geduwd. Tot op zekere hoogte geeft 7 oktober een nieuwe impuls aan de door Martin Walser in het spel gebrachte ›Moralkeule‹. Deze aanslag bewijst ook dat het niet het aantal slachtoffers is dat de ernst van de schuld bepaalt, anders zou het aantal slachtoffers van de Palestijnse bevolking door toedoen van Israël lang voor deze noodlottige dag de slachtoffers van die dag moeten overschaduwen. (Net als het aantal aan slachtoffers die het colonialisme eiste de drenkelingen op de Middellandse zee zou moeten overschaduwen...) Maar met 7 oktober krijgt de Shoah een nieuwe actualiteit. Want als 7 oktober volgens sommigen – zoals iemand onlangs op televisie zei – ›minstens zo erg‹ was als de Holocaust, dan nemen de slachtoffers ervan de plaats in van degenen die zijn heengegaan als getuigen uit een heden dat inmiddels geschiedenis is geworden . Mensen maken zich al lang zorgen over hoe ze de herinnering aan de Holocaust levend kunnen houden zonder deze te musealiseren. Het is geen wonder dat mensen bij elke gelegenheid in verband met de oorlog van het Israëlische ›verdedigingsleger‹, dat tot de tanden is uitgerust met aanvalswapens, eisen dat de aanval op Israël door de (optioneel) radicaal-islamitische/Palestijnse ›terreurorganisatie‹ Hamas wordt genoemd. Jongere Duitsers, vooral die met een zogenaamde migrantenachtergrond, die niets met de Holocaust te maken kunnen hebben, noch door afkomst, noch door leeftijd, hebben hun nulpunt met 7 oktober, een Holocaust 2.0 in het spraakgebruik van onze tijd. Met de slachtoffers en nabestaanden van de aanslag is er een nieuwe generatie overlevenden, zijn er nieuwe ooggetuigen en opnieuw de bevestiging van de nooit aflatende millennia-oude vervolging en anti-Joodse wrok.
De zionisten worden nooit moe om het verband tussen de twee, tussen Duitsland en Israël, te leggen als een verband tussen de Duitsers en de Shoah, als een verband van dader en slachtoffer, van schuld en boetedoening, of prozaïscher van ›misdaad en straf‹, hoewel deze band met elke nieuwe generatie aan kracht verliest. Dit verandert weinig aan het feit dat Duitsland – zowel de afstammelingen van de daders als de immigranten en nieuwaangekomene in de republiek – door de geschiedenis is opgedragen om de slachtoffers van het nationaalsocialisme te herdenken, alle slachtoffers, en wel in die mate dat het voor toekomstige generaties Duitsers onmogelijk zal zijn om hen daadwerkelijk te herdenken 23. Hiermee verbonden is het noodzakelijke besef dat de geschiedenis van de staat Israël niet identisch is met de geschiedenis van de Joden (net zoals de geschiedenis van de Bondsrepubliek Duitsland niet congruent is met de geschiedenis van de Duitsers), al was het maar omdat Israël een zionistisch project is en zionisme en jodendom niet samenvallen. Beide zijn op meer dan één noodlottige manier verbonden met de geschiedenis van Duitsland, bepaald door de Shoah. De relatie tussen de Duitsers en de Joden heeft, net als de geschiedenis van Israël, een lange voorgeschiedenis, die niet altijd zo rampzalig was en niet in de toekomst niet zo rampzalig zou moeten zijn als een getuigenis voor de raison d'état doet veronderstellen.
1 Helaas heb ik geen tijd voor de verschillende
particuliere en zogenaamde sociale media.
2 WDR Westpol.
3 Een stelling van Benjamin Netanyahu, die deze al in
2012 naar voren had gebracht en herhaalde in een toespraak op het 37e Zionistische Wereldcongres in 2015. Netanyahu
beweerde dat al-Husseini tijdens een ontmoeting met Hitler in november 1941 tegen hem had gezegd:
'Als je ze eruit gooit, komen ze allemaal hier (in Palestina) terecht.' Toen de Führer vroeg wat hij met
hen moest doen, antwoordde al-Husseini: 'Verbrand ze. De bewering bleek onwaarschijnlijk omdat bewezen is dat de
ontmoeting tussen de twee plaatsvond na de Wannseeconferentie. (Peter Beaumont, “Woede over Netanyahu-claim
Palestijnse grootmoefti inspireerde Holocaust”, The Guardian, 21 okt. 2015.) Over de kufiya, die een
symbool werd van het Palestijnse nationalisme ten tijde van de toegenomen immigratie van Joden naar
Palestina, zei Henryk Broder: “Omdat er momenteel geen SS-riemen te koop zijn [nemen ze hun toevlucht tot
de] Pali sjaal”. (Oliver Grimm, “Palästinensertuch: Zwischen Chic und Judenhass”, Die Presse, 2 april 2008). 4 “We zullen machtige wraak nemen voor deze
goddeloze dag”, verklaarde Benjamin Netanyahu op 7 oktober, om vervolgens op 13 oktober aan te kondigen dat “een
vergeldingscampagne nog maar net begonnen was”. (Reuters) 5 MDR, 8 november 2023. 6 zie “Verfassungsrechtliche Fragen zur Strafbarkeit der
Verunglimpfung israelischer Flaggen”, Onderzoeksdienten van de Duitse Bondsdag, WD 3 - 3000 - 042/18, 2018. 7 “Noordrijn-Westfalen heeft een antisemitismecommissaris
nodig”, motie van de fracties CDU, SPD, FDP en Bündnis 90/Die Grünen in het deelstaatparlement NRW, Drucksache 17/2749,
5 juni 2018. 8 “Israël-verplichting niet realiseerbaar”, interview
met advocaat en antisemitisme-expert Kati Lang, Mediendienst Integration, 26. oct 2023. 9 [sic!] Emmanuel Navon in het programma Head to Head
op de zender Al Jazeera op 2 augustus 2024, waarin Mehdi Hassan de historicus Benny Morris interviewde. 10 "Hamas is een acroniem en staat voor ‘Harakat
al-Muqawama al-Islamiya’. In het Duits betekent dit ruwweg 'Beweging van Islamitisch Verzet'. De 'Quassam Brigades'
vormen de militaire tak van Hamas. Hamas werd opgericht op 10 december 1987 en kwam voort uit de 'Moslim Broederschap'.
[...]
De tagesschau vermijdt de term 'Hamas-strijders' en spreekt van terroristen. Synoniemen zijn “militante islamisten”,
“militante Palestijnen”, “terroristische milities” en dergelijke.
Hamas is duidelijk islamitisch georiënteerd - haar doel is de vestiging van een islamitische staat. Dit doel wordt echter
ook gedeeld door andere islamistische organisaties die zich niet uitsluitend op terreur richten. Hamas wil dit doel bereiken
door middel van geweld. Daarom raden we aan om de termen 'militante islamist' of 'militante islamisten' te gebruiken. Het
is echter niet verkeerd om alleen de term islamisten te gebruiken.” (ARD termendatabase - per 11 oktober 2023), uit:
Glossary Reporting Middle East Conflict - Voor intern gebruik, per 18 oktober 2023, e.Q.). 11 "Minister van Binnenlandse Zaken Nancy Faeser
(SPD) roept moslimorganisaties op om zich te distantiëren van de terreur van de Palestijnse Hamas. Tegelijkertijd moet
er ook cohesie zijn met moslims in Duitsland, zei Faeser tijdens een bezoek aan de Joodse gemeenschap in Frankfurt am
Main.” (evangelisch.de, epd, 16.10.23) 12 trefwoord 'Staatsräson', Digitales Wörterbuch der
Deutschen Sprache (DWDS), uitgegeven door de Berlijns-Brandenburgse Academie voor Wetenschappen en Geesteswetenschappen, eQ. 13 Volgens de staatsrechtdeskundige Helmut Rumpf,
“Die Staatsräson im demokratischen Rechtsstaat”, Der Staat, vol. 19, no. 2, 1980, p. 18. Zie ook Maximilian Pichl,
Law statt Order, Berlin [Suhrkamp] 2024. 14 “Menselijke herinneringen zijn onbetrouwbaar
vanwege onze neiging om complete verhaallijnen te construeren, volgens wetenschappers.”, Nilima Marshall, The Independent,
5 september 2023. 15 Le Monde, 15 november 2023. 16 Vincent Lemire, “Guerre Israël-Hamas: ‘Depuis
le 7 octobre, c'est toute l'histoire du conflit israélo-palestinien qui se réjoue en accéléré’”, Le Monde, 2 januari 2024.
De duidelijk pro-Israëlische berichtgeving in de media van de westerse waardengemeenschap heeft sommige journalisten
blijkbaar aan het denken gezet, zij het niet in Duitsland. In de Verenigde Staten en Australië hebben ze in open brieven
geprotesteerd tegen de vooringenomenheid van hun werkgevers en opdrachtgevers: zie ook de brief “We condemn Israel's
killing of journalists in Gaza and urge integrity in Western media coverage of Israel's atrocities against Palestinians”,
ondertekend door bijna 1500 collega's en gepubliceerd in de VS. (9 november 2023) en een “Brief van journalisten aan
Australische mediakanalen”, ondertekend door meer dan 300 journalisten eind november 2023. 17 De passage in de toespraak van 18 maart 2008 luidt:
“Elke bondsregering en elke bondskanselier vóór mij heeft zich gecommitteerd aan de bijzondere historische verantwoordelijkheid
van Duitsland voor de veiligheid van Israël. Deze historische verantwoordelijkheid van Duitsland maakt deel uit van de
staatsreden van mijn land. Dit betekent dat de veiligheid van Israël voor mij als Duitse bondskanselier nooit onderhandelbaar
is.” De bondskanselier voegde er echter ook aan toe: “Samen met zijn partners richt Duitsland zich op een diplomatieke
oplossing.” (Toespraak van bondskanselier Angela Merkel voor de Knesset op 18 maart 2008 in Jeruzalem,
www.bundesregierung.de) 18 "Aanvragers van het Duitse staatsburgerschap
in Saksen-Anhalt moeten nu verklaren dat ze het bestaansrecht van Israël steunen. Dit is bepaald door het Ministerie
van Binnenlandse Zaken van Maagdenburg in een decreet aan de administratieve districten en onafhankelijke steden.”
(Hasso Suliak, “Naturalisatie alleen met schriftelijke toezegging aan Israël”, Legal Tribune Online, 6.12.2023) 19 aangehaald b. D. Marwecki, op. cit. p. 12.
Zie ook, Duitsland en Israël: een onwaarschijnlijke alliantie?, Diss., Londen 2018. 20 “De discussiecultuur over antisemitisme in
dit land weigert de realiteit in Israël en de bezette gebieden te erkennen,” schrijft Wolf Iro in een commentaar in
de Frankfurter Rundschau van 21 augustus 2013. 21 s. Nurit Peled-Elhanan, Palestina in Israëlische
schoolboeken, Otterstadt 2022; Maya Wind, op. cit. 22 "Drie dimensies structureren de behandeling van
het Israëlisch-Palestijnse conflict door de media: allereerst de tijdlijn, waarvan het nulpunt altijd samenvalt met de
moord op Israëli's - hier 7 oktober - maar nooit met de voorafgaande moord op inwoners van de Westelijke Jordaanoever of
Gaza. Het bezettingsleger doodde respectievelijk 349, 291 en 227 Palestijnen in 2021 en 2022 en in de eerste negen maanden
van 2023, zonder dat deze aanvallen de redacties hebben gemobiliseerd.” Serge Halimi/Pierre Rimbert, “Le Journalisme
français, un danger publique”,Le Monde diplomatique, février 2024, p.10. 23 In deze zin benadrukte Rabbijn Leo Trepp dat
“volgens de Joodse leer de afstammelingen van de daders geen verantwoordelijkheid dragen voor hun daden”. Hij zag echter
wel de verantwoordelijkheid voor hen om in de toekomst als pioniers op te treden tegen alle vormen van antisemitisme en
alle andere vormen van misantropie." (leotrepp.org)