»Het bleek dat Isakowitz‹ orthodoxer zijn dan we ons hadden gerealiseerd ...
Waar hoor ik thuis? Bij het ›Joodse volk‹, verordonneerde Hitler.
En ik zie het Joodse volk erkend door Isakowitz als een komedie
en ik ben niets anders dan een Duitser of een Duitse Europeaan«*
Op reis in China komt Jossele bij een synagoge. Hij gaat naar binnen, haalt de talliet uit zijn rugzak en doet hem om. Tijdens het gebed voelt hij de ogen van de aanwezige Chinezen op hem gericht. Als hij zijn sjaal weer opvouwt om hem op te bergen, komt een Chinese man op leeftijd uit de groep naar hem toe en zegt in zwaar Chinees gesproken Engels: ›Wat fijn dat je bij ons bent. Maar vertel eens, hoe komt het dat je onze Joodse gebeden zo goed kent?‹ - Jossele antwoordt verbaasd: ›Ik ben ermee opgegroeid. Ik heb ze al gezegd bij de bar mitswa. De Chinese man kijkt Jossele indringend op en neer. Dan zegt hij: › Wat vreemd. Je ziet er helemaal niet uit als een Jood.‹
In een paneldiscussie met alleen Joodse gasten op de Duitse tv-zender Phoenix werd ik geïrriteerd door een opmerking van de Duits-Israëlische journaliste Antonia Yamin toen ze zei: »Op 7 oktober belden verschillende Duitse vrienden me op om te vragen hoe het met me ging. Maar ik heb ook veel vrienden, Duitse vrienden, die me niet hebben gebeld. En ik denk dat ik me altijd zal herinneren wie me heeft gebeld - maar helaas ook van wie ik tot nu toe niets heb gehoord...«1 Tot dit programma had ik geen idee wie of wat mevrouw Yamin was. Maar nu zag ik mij als kijker door haar aangesproken. Ik bedacht me dat ik zelf misschien zo'n bewijs van vriendschap had gemist: Misschien had ik verzuimd een van mijn kennissen te bellen. Was het mogelijk dat ik een (Joodse) vriend had verloren door deze faux pas? Was dat de reden waarom ik zo lang niets van deze of gene had gehoord? (En hoe zit het met mijn Palestijnse vrienden...? Is er misschien iemand die een familielid heeft verloren die onverwacht tussen de frontlinies terecht was gekomen?) Als iemand inderdaad op mijn telefoontje had gewacht, hoe kon ik het dan goedmaken? Hoe kon ik, zo niet nu, dan toch de vermaning van mevrouw Yamin ter harte nemen voor de toekomst, vooral gezien de onverzoenlijkheid van Israël, waarvan het parlement zich onlangs (ik schrijf 18 juli 2024) categorisch heeft uitgesproken tegen elke staat Palestina, soortgelijke gevallen (voor een Israëliër en een Duitse politicus een daad van terreur, voor een Palestijn en een Duitse voorstander van Palestijnse zelfbeschikking een wanhopige daad van verzet) kunnen niet worden uitgesloten. Wil ik het risico lopen een Duits-Joodse vriendschap te verbreken omdat ik de gevoeligheden van mijn Joodse tegenhanger heb veronachtzaamd?
Eerst en vooral, kwam het bij me op, zou ik (als Duitser) moeten uitzoeken of er een Jood dan wel Jodin) onder mijn vrienden en kennissen was. Hoe kom je daar achter zonder meteen misverstanden te creëren? In tijden waarin het als ongepast wordt beschouwd om iemand naar zijn afkomst te vragen. Relaties (tussen Joden en niet-Joden) zijn niet altijd zo open als mevrouw Yamin denkt. Wat mij persoonlijk betreft, in mijn vrienden- en kennissenkring in ieder geval niet en is dat ook nooit geweest. #Ik vond het niet nodig om het te weten en wilde ook niet zonder reden uitzoeken wie ›Joods‹ was. En 7 oktober lijkt me ook niet de juiste gelegenheid om mijn omgeving hierop af te tasten. Nog los van de vraag of de betrokkenen er überhaupt belang aan hechten en hoe ze reageerden: Hoe ›herken‹ je een Jood als het in geen enkele vita vermeld staat? (Moet ik ervan uitgaan dat een ›kind van joodse ouders‹ - en wat te denken van een kind van slechts één joodse ouder - als jood ›geïdentificeerd‹ wil worden?) Zeker als niet-jood zou ik het ongepast vinden hiernaar te worden geconfronteerd met de vraag: »Waarom wil je dat weten? Is dat belangrijk voor je?« Maar hoe kom je er anders achter om in zo'n geval recht te doen aan de claim van mevrouw Yamin en empathie te tonen?
Door je uit te spreken over iets Joods terwijl je zelf niet Joods bent, vooral als Duitser en zonder enig bewijs van academische competentie op dit gebied, begeef je je onvermijdelijk in een mijnenveld van vooroordelen en loop je het risico ernstig berispt te worden omdat je spreekt over iets, waar je maar zoveel van begrijpt dat het zeker nooit genoeg is, omdat de een of andere vertegenwoordiger van het Jodendom zich altijd het laatste woord voorbehoudt. De verspreiding van stereotypen, de karikaturale, zelfs kwaadaardige overdrijving, die in de meeste gevallen met toegeeflijkheid wordt geaccepteerd door de betrokkenen, omdat men zich niet persoonlijk aangesproken hoeft te voelen door generaliserende kwaadaardigheid en altijd in natura kan terugbetalen (ook al is de samenleving op zijn laatst sinds de fatwa tegen Salman Rushdie in 1989 , de Mohammed-karikaturen in Jyllands Posten in 2005 en de moordaanslag op de redactie van Charlie Hebdo in Parijs in rep en roer, lijkt de samenleving als geheel navenant onzeker), stuit gegarandeerd op onmiddellijk protest van joodse organisaties. Blijkbaar heeft zelfs het spreekwoordelijke Joodse gevoel voor humor zijn grenzen.
Want is het niet zo dat zodra een niet-jood een opmerking maakt over Joden, men het in de meeste gevallen heeft over iets waarvan men nauwelijks of zeker minder weet dan welke man of vrouw dan ook die beweert joods te zijn (in alle tegenstrijdigheden die de bewering van een etnische of religieuze affiliatie etc. met zich meebrengt)? Wie dat toch durft – als het ware tegen beter weten in, om het jodendom te beschermen tegen denigrering door niet-joden – loopt het risico beschuldigd te worden van ›antisemitisme‹, waarover in laatste instantie ook een of andere joodse socioloog, een instelling die zich inzet voor het jodendom, een Zentralrat of een antizionismecommissaris van de staat zich de macht van definitie voorbehoudt 2. Ondanks alles en omwille van de vrijheid van meningsuiting moeten we, al was het maar omwille van onze houding, een mening mogen hebben over Joden (als medeburgers), zionisten (als ideologen) of Israël (als staat en samenleving), net zoals we dat doen over alle andere medeburgers, ideologen, staten en samenlevingen, en ons dienovereenkomstig uitdrukken. Hoe zou men anders onderwezen kunnen worden, indien nodig?
Als we uitgaan van uiterlijke kenmerken, van het uiterlijk van orthodoxe Joden, hebben we meteen te maken met een (mannelijk) stereotype dat als ›oeroud‹ en ›onuitroeibaar‹ wordt gekwalificeerd, in dit geval als anti-Joods wordt gezien. In feite geldt dit beeld alleen voor een uitgesproken minderheid, en een religieuze minderheid, onder de Joden (en alleen voor mannen), de orthodoxen en ultraorthodoxen. Zoals alles wat ›etnisch‹ is, is het ›Joodse‹ fenotype een kunstmatige figuur, een constructie van een werkelijkheid, vergelijkbaar met een rivier die uit vele bronnen in de bergen en talrijke zijrivieren stroomt en vanuit een wijd vertakte delta in zee uitmondt. Dit werd ook bevestigd door een experiment waarover de sociologen Savitz en Tomasson in 1959 rapporteerden:
»Zes juryleden probeerden 91 studenten te identificeren als joods of niet-joods onder drie experimentele omstandigheden: alleen op basis van uiterlijke kenmerken; op basis van uiterlijke kenmerken, spraak en gebaren; op basis van uiterlijke kenmerken, spraak, gebaren en naam. De algemene resultaten waren: Identificatie van Joodse studenten op basis van fysionomie was meer dan toevallig, waarbij alle zes juryleden 30 procent correct identificeerden. In alle drie de proeven werden Joden vaker aangezien voor niet-Joden dan andersom. Fysionomie, spraak en gebaren samen waren minder geldige indicatoren dan uiterlijk alleen.« 3
In lijn met wat de Israëlische historicus Shlomo Sand in detail schrijft over de uitvinding van het Joodse volk, stelde de Canadese rabbijn Mica Streiffer dan ook: »In de 21e eeuw bestaat er niet zoiets als ›Joods uiterlijk‹. Demografische ontwikkelingen zoals bekering, intermarriage en adoptie veranderen het uiterlijk van Joden.« 4
Als het niet aan uiterlijke kenmerken ligt, hoe kan een niet-jood dan een jood herkennen - als iemand als de Franse schrijver Georges Perec moeite heeft zichzelf als jood te herkennen:
»Ik weet niet precies wat het is, een Jood zijn, dat mij een Jood maakt. Het is een vanzelfsprekendheid, zo je wilt, maar een middelmatige, een afdruk, maar een afdruk die me niet verbindt met iets definitiefs, met iets concreets: het is geen teken van erbij horen, het is niet verbonden met een geloof, met een religie, met een praktijk, met een cultuur, met een folklore, met een geschiedenis, met een bestemming, met een taal. Het zou eerder een afwezigheid zijn, een vraag, een bevraging, een besluiteloosheid, een rusteloosheid: een angstige zekerheid waarachter een andere zekerheid opdoemt, abstract, moeilijk, ondraaglijk: die om als Jood bestempeld te worden, en omdat een Jood een slachtoffer is die zijn leven alleen aan toeval en ballingschap te danken heeft. Mijn grootouders of mijn ouders hadden kunnen emigreren naar Argentinië, de Verenigde Staten, Palestina, Australië; ik had geboren kunnen worden in Haifa, Baltimore, Vancouver, net als mijn neven dichtbij en ver weg. Maar in het bijna onbeperkte spectrum van deze mogelijkheden werd mij precies één ding ontzegd: geboren te worden in het land van mijn voorouders, in Polen, in Lubartow, in Pulawy of in Warschau, en daar op te groeien in de duurzaamheid van een traditie, een gevoel van erbij horen.« 5
Voor een niet-jood, zo lijkt het, volgt de betekenis van de vraag wie of wat een Jood is (ongeacht wie of wat een Jood ›eigenlijk‹ is of kan zijn) vrij onvermijdelijk uit het lot van het Joodse volk als vervolgd, als slachtoffer, en voor een Duitse niet-jood betekent dat heel specifiek: uit de uitroeiing van Joden onder het nationaal-socialisme, de Holocaust.
Alsof dit al niet verontrustend genoeg is voor de niet-joodse leek, zorgen niet-joodse ›filosemieten‹ – ›ge-‹ of ›verlegenheidsjoden‹ zoals de groen-linkse Volker Beck6 – voor nog meer verwarring door de oproep van joodse organisaties en religieuze gemeenschappen maar al te graag en eigenlijk nadrukkelijk te volgen om de vereiste empathie en solidariteit met joden en/of Israël voor de kleine joodse gemeenschap ›en masse‹, in grote, onbeheersbare aantallen, te tonen; de symbolen van het Jodendom te dragen, zich te ›identificeren‹ met het stereotype van de vervolgden en de slachtoffers uit angst voor antisemitische verdenking en zo de zichtbaarheid te verzekeren van een stereotiep Jodendom waar menig Jood graag zonder zou willen en waarmee hij eigenlijk geen vriendschap wil sluiten. 7
Ik zou mevrouw Yamin, de hoofdverslaggever van Bild TV en Duitslandcorrespondent voor de Israëlische zender Keshet, de jodin niet hebben aangezien. Ze vertelde er niet bij waarom ze veronderstelde dat haar ›Duitse vrienden‹ wisten dat zij – geboren in Mannheim, Baden, Duitsland, in 1988 en ongeveer net zo Duits als ik, die in 1951 in Duisburg, Noordrijn-Westfalen, Duitsland werd geboren – sinds haar tweede jaar het grootste deel van haar tijd in Israël had doorgebracht, net zoals ik vele jaren op een schip tussen Basel en Antwerpen heb doorgebracht. Nu ging ze daar naar school, vervulde haar militaire dienstplicht en studeerde, maar bekeerde zich pas daarna tot het jodendom voordat ze terugkeerde naar Berlijn nadat ze als journaliste voor Israëlische en Duitse media had gewerkt – waar ze zichzelf als ›Joods‹ ziet, er een is volgens de criteria van een »›dun‹ politiek zionisme« dat in Israël wordt gepleegd 8 en verwacht dat haar kennissen en vrienden dat ook zo zien en begrijpen.
Zoals ik haar boodschap begreep, was het niet alleen een verwijt aan haar Duitse vrienden, maar aan al diegenen die door haar, een Joodse vrouw, tot niet-Joods werden verklaard, en die door de naast Mvr. Yamin zittende Marina Chernivsky (hoofd van het Berlijnse adviescentrum voor antisemitisch geweld en discriminatie OFEK e.V., geboren in Lviv en opgegroeid in Israël) ervan beschuldigd werden, de Joden te doen »verraden« omdat ze hun de emotionele steun onthouden. Het zou veel onomwondener en vanzelfsprekender zijn ons medeleven te tonen met alle slachtoffers van 7 oktober en hun families – echter niet om onze sympathie enkel voor Joden te tonen. Niet omdat ze verrast werden door Palestijnse terreur; niet omdat ze Joden waren of omdat ze Israëlische burgers waren (zoals we weten, waren daaronder ook gasten en bezoekers); niet omdat de aanval ›onschuldige burgers‹ trof (wat voorbijgaat aan het feit dat de getroffen dorpen – nagenoeg vestingsdorpen 9 – in een gebied liggen dat ruwweg overeenkomt met de veiligheidszones die de Israëlische regering voor zichzelf opeist op de Westelijke Jordaanoever en in Libanon en dat onder de Israëlische slachtoffers ook reservisten van de IDF, de Self-Defence Forces, waren). Maar omdat zij, net als de Arabische bevolking van Israël (aan wie gewoonlijk niet wordt gedacht wanneer Israël wordt genoemd als de enige democratie in de regio of de Israëliërs in ons land) en de Palestijnse bevolking van de bezette gebieden, het slachtoffer werden van een vrij voorspelbare ontlading 10 op een bekende tektonische spanningslijn van geopolitieke belangengebieden, waar net als op een vulcaan niemand wist wannéér die zou uitbarsten maar zeker was dat die vroeger of later ging uitbarsten. ›Deze‹, de Israëlische kant had zich bewust moeten zijn van het gevaar, een gevaar waaraan de inwoners van de Gazastrook aan hun kant voortdurend werden blootgesteld. Net als een Massaai in een reservaat of een Inuit in de arctis die hun gasten zullen waarschuwen voor roofdieren, hadden de gasten moeten worden geïnformeerd over het risico dat ze namen door daar te verblijven, een risico dat de bevolking van Israël al tientallen jaren aanvaard. Waarbij de aanspraak op onze sympathie voor de staat Israël, voor Joden, voor festivalbezoekers of voor kibboetsniks al inzicht geeft in de belangen waarvoor mevrouw Yamin en degenen zoals zij het publiek moreel aansprakelijk wilden stellen.
De omvang van het risico, waarover de slachtoffers lang voor de aanval door hun eigen regering in het duister werden gehouden en vervolgens in de steek werden gelaten tijdens de oudtestamentische vendetta tegen een onschuldige Palestijnse burgerbevolking, werd achteraf duidelijk toen bleek dat berichten over een lang voorbereide aanval door Hamas maandenlang op misdadige wijze waren genegeerd en vervolgens ook berichten over een op handen zijnde aanval werden ontkracht11. Misschien stelden de verantwoordelijke autoriteiten te veel vertrouwen in de capaciteiten van hun wereldwijd bewonderde verkennings- en bewakingssysteem, dat elke stap van elke Israëlvijandige agent in de Gazastrook lijkt te volgen, die hermetisch is afgesloten van land, zee en lucht, en niet alleen daar. Hoe valt het anders te verklaren dat de ›Joodse staat‹ – die sinds de Tweede Wereldoorlog »met zekerheid 2700 vijanden heeft opgejaagd met gerichte aanvallen« 12 – in staat is geweest om zijn verklaarde vijanden over de hele wereld op te sporen en uit te schakelen zonder een lang of kort proces en zonder veel gedoe, op een manier die zelfs de geheime dienst van Poetin en de koninklijke familie van Saoedi-Arabië nog niet voor elkaar hebben gekregen 13 – hoe zou een dergelijk verval kunnen worden ondermijnd met al zijn inlichtingen- en bewakingssystemen en grensbewakingsfaciliteiten en nauwe banden met de Amerikaanse inlichtingendiensten? (En ik heb het hier niet over niet-militaire, diplomatische inspanningen toestanden als deze te voorkomen door een soevereine staat Palestina en gelijke rechten voor niet joodse Israëlische burgers.) Geen enkele andere staat kan verwachten dat de verklaring dat de slachtoffers gezochte terroristen zijn en de aanslagen daden van ›zelfverdediging‹ zijn, stilzwijgend wordt geaccepteerd en dat Mossad-acties op buitenlands grondgebied door hun regeringen worden getolereerd 14. Misschien glinste er ook een zekere voldoening in de ogen van de Israëlische premier, die omringd werd door demonstranten, en moest vrezen voor zijn ambt en zijn historische rol in de voltooiing van Eretz Israël.
Ondertussen staat er op de kalender december 2024 en de familie Assad, in de steek gelaten door Poetin en de mullahs, probeert in Rusland naar hun maatstaven een miserabel bestaan op te bouwen. Netanyahu, glunderend en stralend voor de rechtbank waarvoor hij zich moet verantwoorden voor omkoping (oude anti-joodse stereotypen!), heeft de kans gegrepen om Syrië te lijf te gaan in een Israëlische vredesmissie nadat Libanon al in chaos is gestort. Door de Golan Hoogvlakte onmiddellijk bij Israëlisch grondgebied te voegen, maakte Netanyahu, die beweert het terreurregime omver te hebben geworpen, een einde aan »een overeenkomst die aan het einde van de Jom Kippoer-oorlog werd ondertekend, vijftig jaar lang nauwgezet werd nageleefd en Israël stabiliteit en rust aan de Syrische grens verschafte. Na de ineenstorting van de overeenkomst is Israël niet langer gebonden aan de bijbehorende kaart en kan het de grens wijzigen in overeenstemming met zijn veiligheidsbehoeften.« Historisch veel ingrijpender dan Netanyahu's opzegging van het veiligheidsakkoord m.b.t. de Golan, is echter zijn uitspraak dat »hier iets tektonisch is gebeurd [...] dat niet is gebeurd in de 100 jaar sinds het Sykes-Picot akkoord.« 15 Het wordt duidelijk dat Netanyahu eindelijk wraak wil nemen op degenen die feitelijk verantwoordelijk zijn voor het Midden-Oostenconflict, die Britse antropologen die er volgens hem verantwoordelijk voor zijn dat Israël Palestina moest delen met de lokale Arabische bevolking. Hier komt voorlopig zo lijkt het een einde aan 16. Zoals Suzanne Maloney, directeur van het Foreign Policy Programme aan het Brookings Institution, schrijft: »Netanyahu heeft [...] ontdekt dat een maximalistische militaire aanpak zowel spectaculaire strategische voordelen als binnenlandse voordelen heeft. En er is geen tekort aan andere veroorzakers in deze brandbare regio.«17 Wat aan het begin van dit boek werd vermoed, is nu bevestigd: »Netanyahu wil herinnerd worden als degene die Groot-Israël heeft gecreëerd, niet als een van corruptie beschuldigde politieke intrigant [eeuwenoud antisemitisch stereotype...] die honderd gijzelaars in de steek liet.« 18
* term gebruikt door William Faulkner in zijn roman Absalom, Absalom voor een mulat met ⅛ niet-Europees bloed.
** Victor Klemperer, Ich will Zeugnis ablegen bis zu letzten. Dagboeken 1933-1944, deel 1 1933-1941, Berlijn [Aufbau] 1995, p. 220.
1 »Im Ausnahmezustand - Jüdisches Leben in Deutschland«, phoenix runde, speciale uitzending op 9 november 2023. Marina Chernivsky, Rafael Seligman en Ben Salomo namen ook deel aan de paneldiscussie, die werd voorgezeten door Alexander Kähler.
2 »Palestijnen mogen niet beschikken over hun taal en geschiedenis. Ze beweren dat ›Van de rivier tot de zee...‹ een vrijheidsleus is die voor een vrij Palestina voor iedereen is. Onze politici bestempelen het als ›pure Jodenhaat'. Het zijn niet de eigenaars van de slogan die de betekenis ervan bepalen, maar de mensen die de onderdrukking ervan steunen; hoeveel politici vinden het volkomen normaal dat ze decennialang uit hun huizen en van hun land zijn verdreven.« (Hassnae Bouazza, »Ongelijkheid is zelden op zo'n obscene manier gevangen«, NRC, 8.3.2024.
3 Leonard Savitz/Richard F. Tomasson, »The Identifiability of Jews«, American Journal of Sociology, Vol. 64, No. 5 (maart 1959) pp. 468-457, p. 468.
4 In het origineel ›van het Joodse volk‹, dat zowel gelezen kan worden als ›van het Joodse volk‹ als ›van het Joodse volk'. M. Streiffer, ›There is no such thing as looking Jewish‹, Canadian Jewish News, 10 januari 2020.
5 Georges Perec, Récits d'Ellis Island, geciteerd in J.-Ph. Saint-Gérand »Le mot ›Juif‹ et le mot de ›Juif‹ à l'étrange réfraction des dictionnaires (1762-1900)«, Romantisme, 2004/3 (n° 125), pp. 57-73.
6 Een typering die ik te danken heb aan Mario Damolin...
7 De stad Keulen beweert dat ze »met een tram die beschilderd is met een grote davidster en voorzien is van het opschrift ‘schalömchen‹ - een Duits verkleinwoord van het Hebreeuwse woord shalom - [...] een signaal afgeeft voor democratie en tegen antisemitisme. De burgemeester van Keulen [Henriette Reker] verklaarde: »Het is een verbintenis met ons Joodse erfgoed. Deze spoorweg maakt het duidelijk: Keulen is ondenkbaar zonder zijn zeventienhonderd jaar oude Joodse gemeenschap.« (Deutschlandfunk Kultur, 1 december 2020).
8 Ruth Gavison, Can Israel be Both Jewish and Democratic, bewerking van: Israël als Joodse en Democratische Staat: Tensions and Prospects, Van Leer/Hakibutz Hameuhad 1999, 2004, p. 216.
9 »Voorposten van boerderijen zijn de voorhoede van de stelende en gewelddadige nederzettingenonderneming in de gebieden« (»Outposts of Deception: How Farms Became the Vanguard of the Settler Movement«,Ha'aretz13.10.24).
10 In de blog van het Institute for Strategic Dialogue voor het nieuwste gegevensgestuurde onderzoek naar haat, desinformatie en extremisme van 23.11.23, was Michel Seibringer er zeker van dat samenzweringsideologen »desinformatie hadden verspreid die het officiële verhaal van de aanval van 7 oktober in twijfel trok,inclusief beweringen dat de Israëlische regering voorkennis had van de aanval, of beweringen dat het een samenzwering was van de ›diepe staat‹«. Op 1 december berichtte de Times of Israel echter: »Israëlische functionarissen beschikten over informatie dat de Palestijnse terreurgroep Hamas een grootscheepse aanval voorbereidde vóór de aanval van 7 oktober, maar verwierpen de informatie, zo berichtte The New York Times donderdag. [...] Een document dat minstens een jaar voor de aanval in handen kwam van de Israëlische autoriteiten »schetste punt voor punt precies het soort verwoestende invasie dat leidde tot de dood van ongeveer 1.200 mensen,” meldde de krant.« (afp/The Times of Israel, 1 december 2023).
11 »De topcommandanten van de Israëlische Strijdkrachten waren zich ervan bewust, in de uren, dagen en maanden die voorafgingen aan de door Hamas geleide verwoestende aanval van 7 oktober in het zuiden van Israël, dat de Palestijnse terreurgroep intensief aan het boren was voor een geplande grootschalige invasie, en de Hamasleider zei zelfs publiekelijk dat dit zijn plan was – maar het leger kwam nog steeds niet in actie en leidde zelfs troepen weg van het Gazafront, in de overtuiging dat dit loze opschepperij was en dat de terreurgroep niet geïnteresseerd was in oorlog, aldus Hebreeuwse media maandag. In het meest recente bewijs van informatie en beoordelingen die de Israëlische militaire leiding in staat hadden moeten stellen om de massale invasie te voorkomen, meldde Channel 12 maandagavond dat de inlichtingenofficier van de Gaza Divisie in juli 2022 een presentatie voorbereidde waarin ›Het massale invasieplan van Hamas‹ werd uiteengezet. (»Meer details onthuld van IDF intel over plannen 7 okt, overlegt uren voor Hamas aanval«, Times of Israel, 5 dec 2023).
12 Georgia Oost/Derk Walters, »Wie Israël aanvalt, weet dat hij het risico op liquidatie loopt«, NRC, 4 jan 2024. In de periode van 2000 (2e Intifada) tot september 2023 zijn ongeveer 10.500 Palestijnen het slachtoffer geworden van de Israëlische bezetting, vergeleken met ongeveer 1.300 Joodse Israëli's. In dezelfde periode vernietigde Israël ongeveer 5.700 Palestijnse gebouwen in de bezette gebieden. Tussen 2008 en sept. 2023 stierven 6.400 Palestijnen tegenover 308 Israëliërs. Tussen december 1987 (1e Intifada) en oktober 2000 waren er ongeveer 1.550 Palestijnse doden, 185 Israëlische doden in de bezette gebieden en 236 doden binnen de ›Groene Lijn‹. Het Israëlische leger heeft in totaal 630.000 soldaten, waarvan 465.000 reservisten. Israël gaf in 2022 23 miljard dollar (4,5% van het bruto nationaal product, 2.600 dollar per hoofd van de bevolking) uit aan defensie. (Bron: OCHA / B'Tselem). In de periode 1946 - 2023 ontving Israël in totaal 216 miljard aan militaire hulp van de Verenigde Staten. Een toezegging van 4 miljard per jaar is geldig tot 2028 (zonder extra steun voor de oorlog tegen Hamas) (Council on Foreign Relations.
13 »Zowel in Israël als in de bredere Arabische regio hebben velen zich afgevraagd hoe de Shin Bet, één van ‘s werelds meest gerespecteerde en gevreesde inlichtingendiensten, die verantwoordelijk is voor de binnenlandse veiligheid van Israël, overtroffen kon worden door Hamas met bulldozers en paragliders.« (»Heeft Israël's overdreven vertrouwen in technologie de mislukking van de inlichtingendienst van 7 oktober veroorzaakt?«, Al Jazeera, 9 Dec 2023).
14 Dat en hoe de Mossad actief was in de Bondsrepubliek Duitsland is onder andere te lezen in Ian Black/Benny Morris, Israel's Secret Wars, New York [Grove Weidenfeld] 1991. In 2010 leverde Polen de agent Ury Brodsky, die betrokken was geweest bij de aanslag op Mahmud al Mabhuh in Dubai, uit aan Duitsland, van waaruit hij na een korte detentie naar Israël kon reizen. »De verdachte agent werd begin juni gearresteerd op de luchthaven Okecie in Warschau op basis van een Europees arrestatiebevel uitgevaardigd door Duitsland. Het arrestatiebevel beschuldigde hem van spionage tegen Duitsland, valse voorwendselen en het helpen bij het onwettig verkrijgen van een Duits paspoort voor een persoon die zou deelnemen aan een moordaanslag van de Mossad op een Hamas-functionaris.« (Gabriele Lesser, »Deckname Brodsky«, Jüdische Allgemeine, 9 aug 2010.)
15 Aluf Benn, »From Mount Hermon's Peaks, Netanyahu Plots His Vision of Greater Israel«, Ha'aretz, 11 dec 2024.
16 Zie met name Jean-Pierre Filiu, Comment la Palestine fut perdue et pourquoi Israël n'a pas gagné, Paris 2024.
17 Suzanne Maloney, »The Middle East's Dangerous New Normal«, Foreign Affairs, 10 dec 2024.
18 A. Benn, Ha'aretz, op. cit.