IX. Zionistische Lobby?

»Recept tegen BDS: sponsors uit Israël«*

»Om te zegevieren in een echte multifrontoorlog zal Israël
alle instrumenten van de nationale macht moeten combineren ...
met de vitale hulp van bondgenoten en partners«**

»In een brief aan het Bundeskanzleramt eist de Israëlische regering dat de steun aan het Joods Museum Berlijn wordt stopgezet.« De brief die op 6 december door de krant taz werd gepubliceerd, droeg, »zoals gebruikelijk bij onofficiële werkdocumenten tussen regeringen«1, noch een afzender noch een handtekening en was, zo niet geschreven namens de Israëlische regering, dan toch zeker geschreven met de Israëlische regering in gedachten en werd - opnieuw in strijd met de diplomatieke praktijk - niet via de Duitse ambassade verstuurd, maar rechtstreeks aan Bondskanselier Angela Merkel en het Bundesministerium für Wirtschaftliche Zusammenarbeit und Entwicklung (Bondsministerie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling toen onder leiding van Gerd Müller (CSU)2. De officiële brief van zeven pagina's was een klacht over vermeende »anti-Israël activiteiten« door het Joods Museum in de tentoonstelling ›Welkom in Jeruzalem‹ van 11 december 2017 tot 1 mei 2019:

»een stadsgeschiedenis waarin het dagelijks leven, religie en politiek onlosmakelijk met elkaar verweven zijn. Er werden waardevolle historische objecten en modellen tentoongesteld die voor het eerst in Berlijn te zien waren, evenals media-installaties die speciaal voor de tentoonstelling waren ontwikkeld.«3

De afzender(s) riepen de Duitse regering op om de financiering van het museum te koppelen »aan de volledige stopzetting van dergelijke activiteiten«, waaronder ook »Duitse financiering van films gemaakt door vermeende aanhangers van de BDS-boycotbeweging.« »›De Duitse steun voor niet-gouvernementele organisaties die zich mengen in de interne aangelegenheden van Israël of anti-Israël activiteiten promoten is uniek‹« citeerde de taz uit de brief, die van de gelegenheid gebruik maakte om een hele lijst NGO's en culturele instellingen op te sommen die zich schuldig maakten aan het steunen van vermeende anti-Israëlische (zeker niet alleen Duitse, maar ook Israëlische) projecten, door »Israël regelmatig van apartheid te beschuldigen« - zoals de mensenrechtenorganisatie B'Tselem en de Coalitie van Vrouwen voor Vrede, die worden gesteund door Brood voor de Wereld, de Rosa Luxemburg Stichting, die dicht bij links staat, de katholieke hulporganisatie Misereor (die de vereniging van Israëlische soldaten Breaking the Silence steunt), de hulporganisatie voor de gezondheidszorg Medico International; het hoogtepunt van het culturele jaar in Berlijn, het internationale filmfestival Berlinale, het Israëlische vredesinitiatief Women Wage War, de Europese medische hulporganisatie Medeor, Catholic Relief Services, dat in 1943 werd opgericht door Amerikaanse bisschoppen, en het kritische Israëlisch-Palestijnse onlinemagazine +972, dat wordt gesteund door de Heinrich Böll Stichting. Met betrekking tot al deze organisaties dringt de brief er bij Duitsland op aan om »zijn financieringsrichtlijnen te herzien« met betrekking tot organisaties die zich bezighouden met »anti-Israël propaganda« of die de BDS-beweging ondersteunen.«4 Zonder het bestaan van de brief uit te weiden of te bevestigen, vertelde het kantoor van Netanyahu aan de Israëlische media-outlet Yedioth Ahronoth dat »de premier verschillende internationale leiders heeft gewezen op de kwestie van financiële steun aan Israëlische en Palestijnse NGO's die de troepen van de Israëlische Strijdkrachten (IDF) afschilderen als oorlogsmisdadigers, Palestijnse terreur steunen en oproepen tot een boycot van Israël. Israël zal deze organisaties blijven bestrijden.«5 Terwijl de reactie op Israël van de Duitse kanselarij zoals gewoonlijk welwillend was, uitte de leider van de linkse Israëlische partij Meretz, Tamar Zandberg, scherpe kritiek op Netanyahu's verzoek en vestigde de aandacht op Israëls echte vrienden: ›Terwijl Netanyahu campagne voert tegen het Joods Museum in Berlijn, helpt hij de antisemitische premier van Hongarije, Viktor Orbán, bij het opzetten van een dubieus Holocaustmuseum dat Hongarije witwast van zijn betrokkenheid bij de Holocaust.‹6

Het is echter wel zo netjes om dergelijke interventies in de geest van zionistisch nationalisme niet in de openbaarheid te brengen. Dit houdt een geïdealiseerd beeld van Israël in stand en vermijdt publieke debatten, die alle logica tarten, over de tegenstelling tussen de echte zionistische politiek van bezetting en expansie aan de ene kant, en de tweestatenoplossing die altijd is voorgesteld als een vreedzame oplossing voor het conflict in het Midden-Oosten aan de andere kant.

Dit roept onvermijdelijk vragen op over het bestaan van een zionistische lobby, waarbij aan de hand van het genoemde voorbeeld conclusies kunnen worden getrokken over hoe deze lobby het publieke discours en politieke beslissingen beïnvloedt, zowel rechtstreeks via diplomatieke kanalen vanuit Israël als via de media en de diaspora. Hoewel de poging om invloed uit te oefenen op een lobby - een informele, min of meer publieke belangenvertegenwoordiging die haar zaak behartigt - »op zichzelf« niet alleen legaal en gereguleerd is, maar »zelfs onmisbaar voor een democratie«7, kan het lastig zijn om te spreken van zionistisch lobbyen. Aan de ene kant is lobbyen gebaseerd op het feit dat politieke besluitvormers ervan overtuigd of overgehaald kunnen worden dat de gewenste beslissingen in het voordeel zijn van alle betrokkenen - dat het daarom ook in het belang van de Bondsrepubliek Duitsland zou moeten zijn om overheidsfinanciering in te trekken van vertegenwoordigers van standpunten die kritisch staan tegenover Israël. Het probleem ligt in het »op zich«: het publiek schrikt terug voor de invloed van Israël, omdat het de Bondsrepubliek of de sponsorende staten en gemeenten - zoals in het geval van de pro-Palestijnse demonstraties of nog duidelijker in het geval van Roger Waters - blootstelt aan de kritiek dat ze de vrijheid van meningsuiting beperken, maar ook van zionistische kant, die de beschuldiging van georganiseerde eenzijdige beïnvloeding meer dan ooit ziet als ›antisemitische stereotypen‹ van Joodse samenzwering, die anti-Joodse ressentimenten zouden doen herleven.

In (respectabele) buitenlandse media wordt het onderwerp met minder terughoudendheid behandeld8. Toen journalist Amos Elon voor het Israëlische dagblad Ha'aretz aan een Israëlische ambassadeur die terugkeerde uit Washington vroeg wat zijn grootste succes was geweest tijdens zijn ambtstermijn, antwoordde hij dat hij erin geslaagd was »de Amerikaanse regering ervan te overtuigen dat kritiek op het beleid van Israël antisemitisme is.« Aan de andere kant zijn vertegenwoordigers van Israëlische belangen vrij open over de kwestie (en, zoals men leest, over hun successen). De in Frankrijk geboren advocaat, bankier, voormalig voorzitter van de Franse Centrale Raad CRIF en vicevoorzitter van het World Jewish Congress, Rogier Cukierman, werd ook geciteerd in Ha'aretz met de aanbeveling: »Toen Sharon naar Frankrijk kwam, zei ik hem dat hij absoluut een propagandaministerie moest opzetten, zoals Goebbels.«9 Dit maakt deel uit van de »allesomvattende strategie die erop gericht is om elke discussie over ideeën die kritiek op het Israëlische beleid uitlokken, te verhinderen«. Een strategie die loopt langs twee ›assen‹: de ene as, ›Élie Wiesel-Claude Lanzmann‹, is gebaseerd op de Shoah, het »onvergelijkbare Joodse fenomeen dat niet rationeel begrepen kan worden, zich verzet tegen kennis en beschrijving en noch verklaard noch gevisualiseerd kan worden«. De andere as, ›Alain Finkielkraut, Alexandre Adler, Bernard-Henri Lévy en Jacques Tarnero‹, suggereert aan het publiek dat elke aanval op het Israëlische beleid wordt ingegeven door antisemitisme en daarom strafbaar is.10

Dit verband tussen zionistisch lobbyen en de herinneringscultuur kennen we ook in Duitsland, alleen lijken de vertegenwoordigers ervan uit het intellectuele of culturele milieu - schrijvers, filmmakers, historici, filosofen - overbodig. Dankzij het diepgewortelde respect voor de Joodse slachtoffers van het naziregime is kritiek zoals die in Frankrijk of Nederland wordt uitgeoefend, verboden. In Duitsland daarentegen is het meestal het publiek dat de vertegenwoordigers van de intellectuele en culturele elite tot de orde roept, zodra er twijfels rijzen over dit respect, zoals naar aanleiding van de opvoering van het toneelstuk ›Der Müll, die Stadt und der Tod‹ (Het vuil, de stad en de dood) door de notoire filmregisseur en schrijver Rainer-Werner Fassbinder op het toneel van het Schauspiel Frankfurt in 1985 of naar aanleiding van de aanvaardingsrede van de schrijver Martin Walser, reeds bekend maar tot die tijd nog geen notoir kwaad, ter gelegenheid van de uitreiking van de Vredesprijs in de Frankfurter Paulskirche in 1998. Bovendien mist Duitsland het soort uitgebreide controversiële Joodse bekendheden die bijvoorbeeld Frankrijk wel heeft.

Als men zich houdt aan hun zelfbeschrijving, blijkt de zoektocht naar beslist ›zionistische‹ organisaties in Duitsland nogal mager te zijn. Van de 107 organisaties op een Duitse wikipedia-lijst, bijvoorbeeld, behoort naar schatting de helft tot het verleden, ongeveer een kwart is sowieso Israëlisch, een ander is Joods pro-Israëlisch, en er zijn ook twee evangelische organisaties. Het komt erop neer dat het georganiseerde zionisme niet officieel vertegenwoordigd is in Duitsland. Naast de voor de hand liggende zelfbenoeming zijn er genoeg Joodse organisaties, vooral de nationale en internationale koepelorganisaties van Joodse gemeenschappen, die zichzelf tot spreekbuis van Israëlische belangen maken. Ze geven het publiek maar al te graag de indruk dat ze dé belangen van dé Joden vertegenwoordigen, hoewel hun pro-Israëlische standpunten lang niet door alle Joden worden gedeeld. Dit komt omdat ze een zelfbeeld van Israël als een Joodse staat presenteren dat verhult dat er ook Joden zijn die zich niet (meer) opgenomen voelen in de virtuele ruimte van tolerantie die bekend staat als de Big Tent, die zogenaamd alle Joden onder één dak verenigt, of die daar recentelijk van zijn uitgesloten vanwege hun antizionistische of gewoon kritische houding ten opzichte van de staat Israël11. De visie van een gemeenschappelijke ruimte voor een breed spectrum van Joodse opvattingen, ook met betrekking tot Israël12, is een onhoudbare illusie gebleken, juist vanwege de uiteenlopende opvattingen over de houding van de Israëlische regering ten opzichte van de Palestijnen. Ondanks alle welkome openheid voor afwijkende meningen en het vermogen tot zelfkritiek, is de houding ten opzichte van de staat Israël een rode lijn, zeker na 7 oktober, zoals een waarnemer van het milieu opmerkte in een Joodse krant13. Des te groter moet ons respect zijn voor degenen die weigeren zich te laten coöpteren door het nationalistisch-messianistische zionisme en die niet de opvatting aanhangen dat Israël er alleen voor Joden moet zijn, simpelweg omdat Israël de enige Joodse staat is. In deze context is de uitspraak van Joseph Massad interessant:

»Alleen vanwege de Holocaust kon de steun van de meeste Joden worden gewonnen voor het zionistische project. Maar het argument van zelfverdediging werkt niet meer als het gaat om hun eigen genocide in Gaza.«14

Had ik, als Jood, ooit mijn hoop had gevestigd op zo'n belofte - zou ik me dubbel onzeker hebben gevoeld: enerzijds omdat de staat de veiligheid heeft verspeeld die het Jodendom bij uitstek wilde garanderen door zijn beleid; anderzijds voor zover het mij medeverantwoordelijk wil maken voor zijn fiasco, zodat ik onverwacht een potentieel doelwit word van degenen over de hele wereld die mij, als Jood, identificeren met het zionisme.

Bij nader inzien hebben 7 oktober en wat er daarna gebeurde op indrukwekkende wijze een relatie tussen Israël en de Joden aangetoond die je als buitenstaander waarneemt als een vervreemding van het zionisme van het jodendom: onder de ongeveer twaalfhonderd doden bij de Hamas overval, het veel grotere aantal gewonden en de meer dan tweehonderd gijzelaars waren zowel Joodse als niet-Joodse staatsburgers uit meer dan dertig landen (waaronder 46 uit de Verenigde Staten), die allemaal werden toegeëigend als slachtoffers van de ›antisemitische‹ aanval. Tegelijkertijd werden, zoals de bovenstaande gevallen laten zien, kritische Joodse stemmen net zó gebrandmerkt als ›antisemitisch‹. Onhandelbare Joden worden, om het beeld van de Big Tent te gebruiken, eruit gegooid en in de regen achtergelaten om plaats te maken voor blanke evangelische christenen met een lange traditie van kolonisatie, verdrijving en segregatie. Evangelische zionisten bieden morele steun aan Israëlische Joden, vooral aan de kolonisatoren in de strijd om Eretz Israël, onder verwijzing naar de Bijbel, en steunen hen in de verdrijving van de inheemse Arabische bevolking.

»Voor de dispensationalisten15, die de christelijke zionisten volgen, is het onweerlegbare principe dat de beloften die God deed aan Abraham en via hem aan het Joodse volk eeuwig zijn en letterlijk in de toekomst zullen worden vervuld. De ingelaste parenthese van de kerken tegenwordig veranderen hier niets aan. Voor het dispensationalisme is het bijvoorbeeld absoluut zeker dat de grenzen van het Heilige Land, die God aan Abraham en zijn nakomelingen heeft beloofd, d.w.z. het hele gebied tussen de Nijl en de Eufraat, Gods eigendom is en aan de staat Israël toebehoort. In ›Groot-Israël‹ zal de terugkerende Messias Jezus een Joodse theocratie vestigen, die zijn geografische en spirituele centrum zal hebben in de herbouwde Tempel van Jeruzalem. Voor fundamentalisten en christelijke zionisten is elke serieuze onderhandeling over de teruggave van land aan de Palestijnen dan ook heiligschennis: ›Israël is de beheerder van een gebied en een stad die God voor zichzelf heeft gereserveerd. Het land Israël en zijn hoofdstad Jeruzalem zullen de hoofdstad worden van het messiaanse koninkrijk. God heeft Zijn land en Zijn volk verenigd in een mysterieus verbond. Als Israël trouw blijft, verzekert God zijn vereniging met het land.‹ Voor de dispensationalistische politiek is Israëls onbeperkte soevereiniteit over de Westelijke Jordaanoever, de Golanhoogte en heel Judea en Samaria, evenals de annexatie van Groot-Jeruzalem, daarom een door God gegeven wettelijk recht.«16

Het is heel begrijpelijk dat de evangelische zionisten dichter bij Israël staan17 dan de verstoten leden van hun eigen gemeenschap: In Donald Trump, wiens evangelische volgelingen om hier niet nader uit te leggen redenen geloven dat hij een door God gezonden president is, heeft Israël een nog machtiger niet-joodse medestander dan John Biden. Vermoedelijk is dit het antwoord op de vraag waarom Benjamin Netanyahu, bijvoorbeeld, niet inschikkelijker is en bereid om compromissen te sluiten over de zgn. vredesinspanningen waar Westerse regeringen het altijd over hebben. Waarom zou een premier wiens regering wordt gesteund door een vastberaden rechtse minderheid in het parlement; boven wie het zwaard van Damocles van ontkrachting en veroordeling voor corruptie hangt; die, vanwege zijn ideologische socialisatie, de Palestijnen ziet als een vreemd lichaam in een Joodse staat; die zichzelf ziet als de voltooier van het plan van het oude rijk van de Jordaan tot aan de zee; waarom zou hij zo dicht bij het doel knikken? Waarom, als hij kan hopen op (en op dit moment stevig kan rekenen op) het presidentschap van een man die, schijnbaar volkomen gewetenloos, de meester is van een vastgoedimperium, met – volgens wikipedia - een »Amerikaanse projectontwikkelaar, mediaondernemer en financieel investeerder« als schoonzoon, die zich tijdens Trumps eerste ambtstermijn al heeft bewezen als politiek adviseur en als relocatieondernemer die zich inschikkelijk opstelt tegenover Jeruzalem, en die zich zeker ook nuttig zal maken bij de wederopbouw van de Gazastrook en de nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever18? En des te meer omdat de huidige Israëlische premier in Joe Biden zelfs een trouwe aanhanger van de zionistische zaak kende, wiens kritiek op het Israëlische beleid niet voortkwam uit bezorgdheid om het lot van de Palestijnse zaak, maar veeleer uit bezorgdheid om het zionistische project: »Als Biden pas na zeven maanden zijn stem verheft tegen Netanyahu, dan is dat omdat zijn loyaliteit aan de alliantie met Israël diep geworteld is in een ervaring die vijf decennia teruggaat.«19

»Het strategisch partnerschap [tussen de VS en Israël] is gerechtvaardigd door een ideologisch narratief dat uitgaat van een natuurlijke ›civilisationele‹ band tussen de twee landen. Dit verhaal wordt langs twee assen uitgedrukt: ten eerste een democratische westerse as, waarvoor Israël het belegerde fort van het liberale Westen vertegenwoordigt dat verdedigd moet worden. Ten tweede een religieuze as, voor zover een deel van het Amerikaanse evangelisme dat in het zionistische project altijd de potentiële verwezenlijking van een duizendjarige eschatologie heeft vermoed.«20

Maar voedt dit oecumenisme niet ook het vermoeden dat de rechtse zionisten zich een jodendom voorstellen bij hun Groot-Israël, waarvan het messianisme dichter bij sommige evangelische christenen staat dan bij seculiere joden, zelfs bij sommige orthodoxe joden, voor wie de zionistische staat een anathema is? Zoals de Zuid-Afrikaanse journalist Steven Friedman, auteur van het boek Good Jew, Bad Jew, in een interview zegt:

»Sommige vormen van jodendom worden niet langer aanvaardbaar geacht omdat ze worden gezien als versteende overblijfselen van een tijd waarin er nog geen joodse staat was. Dit zijn de ›slechte Joden‹. Ze variëren van wat je liberale zionisten zou kunnen noemen, mensen die geloven dat er een Joodse staat zou moeten zijn, maar die soms problemen hebben met de manierm waarop die functioneert, tot mensen zoals ik die denken dat een etnische staat geen goed idee is. Het belangrijkste is dat of je het etiket ›goed‹ of ›slecht‹ opgeplakt krijgt, niets te maken heeft met de mate waarin je je identificeert met het Jodendom. Sommige mensen die zich heel sterk met het Jodendom identificeren, dragen het stigma van een ›slechte Jood‹. Interessant genoeg zien veel ›goede Joden‹ de Joodse religie en cultuur niet echt als iets wat ze bijzonder bewonderen.«21

Zou het kunnen zijn dat Israël de stoel voor de ›Grote Tent‹ zet voor de ›slechte‹ Joden, degenen die tegen het zionistische nationalisme zijn, zodat de evangelische christenen die trouw zijn aan Israël het zich daar gemakkelijk kunnen maken, zich kunnen mengen onder de ›goeden‹ en de gelederen kunnen sluiten? Misschien verklaart dit hoe en waarom de Israëlische lobby erin slaagt om het beeld van een pro-zionistisch jodendom in de landen van de westerse waardengemeenschap te vestigen als bindend voor de strijd tegen antisemitisme: Als men kijkt naar hoe bijvoorbeeld de International Holocaust Remembrance Association pleit voor het veroordelen van kritiek op Israël als neigend naar ›antisemitisme‹, dan is de interpretatie van kritiek op Israël als anti-joods ressentiment gebaseerd op een nationalistisch en uiteindelijk raciaal beïnvloed begrip van een jodendom waarvan het bestaan niet kan worden gescheiden van het bestaan van Israël; een jodendom dat ondenkbaar is zonder Israël. Met het oog op de latente angst van de Joden voor vernietiging is elke kritiek op de maatregelen die de staat Israël neemt om zichzelf te verdedigen tegen de dreiging van buitenaf en om het verzet van de bevolking in de bezette gebieden te breken, uit den boze:

»Verschillende ideologieën die het zionisme beschuldigen van kolonialisme, racisme en theocratisch-genocidale neigingen [...] hebben niet alleen de feiten verdraaid, maar ook de termen van het discours. Mensenrechten zijn geen mensenrechten. Juridische claims zijn geen juridische claims. Geschiedenis is geen geschiedenis.
De politiek van de pro-Palestijnse propaganda moet fundamenteler worden aangepakt.«22

Met het oog op een begrip van de geschiedenis volgens welke de Palestijnen aanspraak maken op een land waarin Joden hebben geleefd »ondanks buitenlandse tirannie [...] gedurende meer dan 1.800 jaar«23, wekt elke twijfel over de legitimiteit van Israëls ›zelfverdediging‹, en daarbij natuurlijk het vermoeden dat het Jodendom opnieuw wordt blootgesteld aan vervolging en vernietiging.

De zionistische lobby - het diffuse conglomeraat van verschillende organisaties en verenigingen die lang niet alleen joods zijn, maar ook individuen, academici, publicisten en advocaten omvat - voelt zich altijd geroepen om in de bres te springen voor Israël als er kritiek wordt geuit op de staat, die al sinds zijn oprichting bijna principieel weigert regels en verdragen te erkennen. Een staat die zichzelf ziet als slachtoffer van discriminatie en vervolging zodra zijn acties internationaal worden afgekeurd; een staat die zichzelf in alle gevallen het recht voorbehoudt om te interpreteren (naar het voorbeeld van de Verenigde Staten), regels naar eigen inzicht interpreteert of ze zelf oplegt. Als men Israël en het gedrag van zijn regering tegen deze achtergrond bekijkt, lijkt de claim van zelfverdediging, zoals die sinds de oprichting in 1948 voortdurend door Israël wordt ingeroepen, of het nu tegen Arabische buurlanden is of tegen de Arabische bevolking, in zijn absurde compromisloosheid, een teken van fundamenteel gebrek aan begrip en stompzinnigheid, wat in bepaalde gevallen heeft geleid tot ernstige en gerechtvaardigde twijfels over de bereidheid om vreedzaam samen te leven.

We kunnen dit vanuit Duitsland bekritiseren. Het zal ons echter wel zorgen bereiden om te zien hoe de voorstanders van Israël hun stem verheffen telkens als er kritiek wordt geuit, of het nu gaat om de resoluties die aan Israël zijn opgelegd door de Verenigde Naties, de controle over kernwapens of de naleving van het oorlogsrecht en het internationaal recht in de bezette gebieden. Met name om er op aan te dringen dat de Israëlische kijk op de dingen wordt gerespecteerd en verspreid door het gebruik van de passende taal, zoals die bijvoorbeeld wordt gebruikt door de Duitse publieke omroep in een ›Verklarende woordenlijst voor verslaggeving over conflicten in het Midden-Oosten‹. Op ongeveer veertig pagina's worden aanbevelingen gegeven »over hoe om te gaan met termen en woordkeus in onze berichtgeving«. De inleiding bevat verwijzingen naar het rapportagesysteem voor antisemitische incidenten (BAS-RIAS), de Amadeu Antonio Stichting en Belltower News, evenals de ARD (het samenwerkingsverband van de Duitse openbare regionale omroepen en de Duitse wereldomroep) termendatabase van de WDR (als een »cross-institutioneel taalforum«). Om niet verdacht te worden van censuur, wijst dit forum er uitdrukkelijk op: »Geen enkele vermelding is bindend of vormt een verordening.« (Terwijl iedereen die de verstrengelingen van de publieke omroep en de politieke partijen kent – en de direkte lijn van de Zentralrat naar de intendanten - weet dat dit niet meer is dan een lippendienst.) Men kan zich echter de opluchting voorstellen van een correspondent of auteur die voor de radio werkt wanneer hij weet dat hij de keuze heeft tussen de formuleringen ›aanval vanuit Gaza‹, ›oorlog tegen Israël‹ of ›terroristische aanval op Israël‹, maar dat de beschrijving van een ›aanval‹ vanuit Israël een ontoelaatbare afkorting zou zijn van een daadwerkelijke ›tegenaanval‹. Op de retorische vraag »Wie valt wat aan?« antwoordt het dossier: »Als reactie voert het Israëlische leger luchtaanvallen uit in de Gazastrook«. Het nieuwsprogramma Tagesschau van de ARD, het toonaangevende nieuwsmedium bij uitstek, vermijdt »de term ›Hamas-strijders‹ en spreekt van terroristen. Synoniemen zijn ›militante islamisten‹, ›militante Palestijnen‹, ›terroristische milities‹ en dergelijke.«24. En terwijl sinds decennia het strategische en sinds 7 october het taktische doel onmiskenbaar de inlijving van de bezette gebieden is blijft men herhalen dat Netanyahu ›zonder strategie‹ te werk gaat.

Dat Israël ons in zo'n verlegenheid van bijna onoplosbare morele tegenstrijdigheden heeft kunnen brengen, is niet in de laatste plaats te danken aan de steun die Duitsland aan Israël heeft gegeven in het kader van boetedoening en herstel, waarbij (West-)Duitsland Israël na de oprichting van de staat aanzienlijke economische en militaire steun heeft verleend, vermoedelijk niet zonder toedoen van de Verenigde Staten wier interesse zich al begon af te tekenen toen in januari 1952 de Amerikaanse president Truman zich in de gedachte koesterde dat hij »›droomt ... Israël het land van melk en honing zou zijn dat het was in de tijd van Jozua‹. Kort daarna, toen hij op een rabbijnseminarie in New York werd gefeliciteerd omdat hij ›geholpen had de staat Israël te stichten‹, zei de president: ›Wat bedoel je met geholpen? Ik ben Cyrus!‹«25

Indirecte hulp, die de steun van de VS stimuleerde, kwam van de USSR, als een van de eerste landen was die Israël erkende. »Voor 1948 steunde de USSR direct of indirect de illegale immigratie georganiseerd door het Joodse Agentschap uit Oost-Europa, vooral uit Roemenië en Bulgarije. Tweederde van de Joden die tussen 1946 en 1948 naar Palestina kwamen, kwam uit deze twee landen.«26 Naast de rekruten die dringend nodig waren, voorzag Stalin Israël met wapens van de Wehrmacht die opgeslagen lagen in de ČSSR voor de uitrusting die dringend nodig was voor de oorlog tegen de Arabieren. Vanaf het midden van de jaren vijftig hielp de Sovjet-Unie wederom Egypte, en vervolgens Syrië en Irak, om zich te bewapenen en bracht ze de Koude Oorlog naar de regio27. Later maakte de uitbreiding van de invloedssfeer van de Sovjet-Unie met de Cubaanse Raketcrisis »voor Kennedy de weg vrij om wapens te leveren«. Hawk luchtdoelraketten en tweehonderd M48A gevechtstanks werden verscheept vanuit West-Duitsland28 (dat net als andere staten werd en nog steeds wordt gebruikt om geheime koehandel te camoufleren) met het oog op de Amerikaans-Arabische betrekkingen. Nog vóór de VS steunde West-Duitsland in de Suez Oorlog Frankrijk en Engeland29, waaruit Israël (dat zich bedrogen voelde door het grondgebied dat haar werd beloofd in het kader van de Balfour Verklaring 1919) opnieuw naar voren kwam als de vermeende verliezer. Ben Gurion vond geen steun bij de Europese bondgenoten voor Israëls plan om Jordanië te delen met Irak, delen van Libanon te annexeren en de controle te krijgen over de toegang tot de Golf van Akaba om de grenzen van 1919 te consolideren. De VS konden niet worden overgehaald om de wapenstilstand van 1949 nietig te verklaren30, die de annexaties zou hebben gelegitimeerd, en Israël werd gedwongen om zich terug te trekken uit de bezette gebieden.31 Israël werd wel gecompenseerd met wapens in een mate die het in staat stelde om een echte middenmacht in het Midden-Oosten te worden.

Niettemin is het idee dat het bestaan van Israël militair van buitenaf en van binnenuit wordt bedreigd door Palestijnse ›terreur‹ nuttig voor het dubbel gezicht van permanent bedreigde verdedigingen. Uiterlijk sinds Israël kernwapens heeft verworven met Europese en Amerikaanse steun (rond 1967), is het beeld van een existentiële dreiging niet langer geloofwaardig32: »Israël heeft niet alleen een uitgebreid arsenaal van verschillende kernwapens, waaronder neutronenkoppen, maar ook van verschillende draagraketten, waaronder intercontinentale raketten. In september 1988 lanceerde Israël zijn eerste satelliet in de ruimte en het is nu het derde land, naast de VS en Rusland, dat kruisraketten met een bereik van 1500 kilometer kan lanceren vanaf onderzeeërs. Dit zijn overigens onderzeeërs van het type ›Delfin‹, die door Duitsland werden gefinancierd en geproduceerd.«33 In het licht hiervan en in vergelijking met de capaciteiten van de buurlanden, is Israël perfect in staat om zich op elk moment tot ver buiten zijn grenzen te verdedigen. Zijn potentieel aan kernkoppen (200-300) lijkt een voldoende afschrikmiddel. De constante dreiging van vernietiging, vooral van Iran, lijkt vooral de strijd tegen de ›islamistische terreur‹ te rechtvaardigen; een visie die Israël zelf kweekt en die gedijt in de kas van de bezette gebieden en de verdergaande geostrategische ambities als bewakingssatelliet van de VS in de regio. In zijn omgang met buurlanden gedraagt Israël zich als het brutale duiveltje dat, wat voor kattenkwaad het ook uithaalt, zeker kan zijn van de steun van zijn grotere broer in geval van twijfel. Gezien de agressieve politiek van Israël, dat de Arabische/Islamitische buurstaten er regelmatig van beschuldigt het land te willen vernietigen en dit als rechtvaardiging voor zijn aanvallen gebruikt, is het verlangen van sommigen om wraak te nemen op het land, dat nauwelijks een kans voorbij laat gaan om zijn macht te tonen door zijn vijanden, Libanon, Iran en Syrië, te vernederen, begrijpelijk. En dan hebben we het nog niet eens over de Palestijnen binnen en buiten Israël.

Voor landen, zoals de Bondsrepubliek Duitsland, die waarde hechten aan vreedzame en duurzame betrekkingen met de Arabische buurlanden en daarvan afhankelijk waren zou het compromisloze beleid van Israël eigenlijk volledig haaks op moeten staan - in tegenstelling tot de Verenigde Staten van wie bekend is dat zij belang hebben bij instabiele omstandigheden zolang ze die als onder hun controle beschouwen. Niet voor niets vroegen de politicologen John Maersheimer en Stephen Walt zich af welk belang een grootmacht als de Verenigde Staaten kon hebben om Israël zo onvoorwaardelijk te steunen in zijn beleid (wat is het immers anders dan steun als de Amerikaanse vertegenwoordiger in de Verenigde Naties, nadat de Amerikaanse president de Israëlische premier meerdere malen heeft gebeld en met consequenties heeft gedreigd, een veto uitspreekt over een stemming in de Veiligheidsraad tegen alle andere stemmen in)? Maersheimer die bekend staat als realist ofwel utilitarist op het gebied van buitenlands beleid, miste niet alleen de herkenbare voordelen van de relatie tussen de twee landen. Het steunen van Israël stelde volgens hem ook het internationale waarden- en rechtssysteem ter discussie dat na de Tweede Wereldoorlog door de toenmalige koloniale machten werd opgericht, en bindend is voor de wereld zoals de westerse waardengemeenschap die ziet.

De auteurs konden zich alleen maar voorstellen dat dit het werk is van een Israëlische lobby van invloedrijke »individuen en groepen« die zo »toegewijd zijn aan Israël« dat ze het niet op prijs stellen wanneer »politici er kritiek op hebben, zelfs niet wanneer kritiek gepast zou zijn en in het belang van Israël zelf.«34 Hoe toegewijd bleek wel uit de reactie op het verwachte »lange artikel over de Israël-lobby en zijn invloed op het buitenlands beleid van de VS«, dat de politicologen in de herfst van 2002 gevraagd werden te schrijven van het liberale amerikaanse tijdschrift Atlantic Monthly. Een beetje dissidente trots schemert door wanneer ze schrijven: »We aanvaardden de opdracht met enige terughoudendheid, wetende dat dit een controversieel onderwerp was en dat elk artikel dat vraagtekens zette bij de lobby, de Amerikaanse steun voor Israël of het Israëlische beleid als zodanig waarschijnlijk een scherpe reactie zou uitlokken.« Na de aanslagen op het World Trade Centre in september van dat jaar besteedden de auteurs twee jaar aan het onderwerp, waarbij ze »herhaaldelijk nauw samenwerkten met de redactie« terwijl die wachtte op wijzigingen in het manuscript. »Tot onze verbazing deelde de redacteur ons een paar weken later mee dat de Atlantic had besloten het artikel niet te publiceren en niet geïnteresseerd was in onze poging het te herzien.«35 In plaats van het artikel verscheen er in 2007 een heel boek, dat voor het eerst een uitgebreid inzicht geeft in de vreemde relatie tussen de Verenigde Staten en een klein land op een ver continent, waarvan de regering er de voorkeur aan lijkt te geven om op de neus van de supermacht rond te huppelen. Want het is niet zonder verbazing dat we nu al tientallen jaren observeren hoe (lang niet alleen) Amerikaanse diplomaten en regeringsleiders regelmatig falen in crisispolitieke pendeldiplomatie vanwege het compromisloze gedrag van een Israëlische premier in functie. Uiterlijk sinds de moord op Yitzhak Rabin is het voor iedereen die het wilde weten duidelijk dat de Israëlische regeringen alleen geïnteresseerd zijn in een duurzame oplossing van het conflict in het Midden-Oosten op hun eigen voorwaarden; dat het werkelijke doel de annexatie is van de sinds 1967 bezette gebieden, de erkenning van Israël als Joodse staat en de verdeling van de Palestijnse bevolking over de buurlanden.

Hieruit blijkt ook dat het de taak van de Israël-lobby was en is, in tegenstelling tot andere belangengroepen, om dit doel niet openlijk te verkondigen, maar juist alles in het werk te stellen om het te verbergen. Dit is de enige manier om te verklaren waarom politici en de media al decennialang praten over een vredesproces, over een tweestatenoplossing die, altijd binnen handbereik, als een fata morgana in onbereikbare verten vervaagt, terwijl Israëlische troepen naar believen de bezette gebieden en Libanon binnenvallen, kolonisten zich Palestijns land toeeigenen bij en de bewoners gewapenderhand verdrijven zonder ooit voor consequenties te hoeven vrezen. De Westelijke Jordaanoever is bedekt met een labyrint van muren en checkpoints (als gevolg van de Oslo-akkoorden, die de hemel in werden geprezen) om het leven van de inwoners zo ondraaglijk te maken dat ze - net als de Duitse Joden in hun tijd - ›vrijwillig‹ afstand doen van hun bezittingen en hun thuisland. Daar komt bij dat de omstandigheden waaronder een Palestijnse staat überhaupt kan bestaan en overleven zodanig zijn, dat iedere Duitse politicus duidelijk zou moeten zijn dat deze eis net zo'n luchtkasteel is als de onafhankelijkheid van de homelands in Zuid-Africa onder het apartheidregime. Daarom kan worden aangenomen dat noch de politici noch de media geïnteresseerd zijn in een tweestatenoplossing of zelfs maar een oplossing in het belang van de Palestijnen. Ongeacht het feit dat zelfs de Israëlische regering zich inmiddels juridisch heeft gedistantieerd van een Palestijnse staat, praten mensen in dit land nog steeds over deze hersenschim om hun handen niet vuil te maken aan de oorlog, de verdrijving, de schaamteloze etnische zuivering en – tenslotte - genocide. Zoals de mensenrechtenactiviste en feministe met de sprekende voornaam Shulamit (Aloni) bitter stelde: »We hebben geen gaskamers en geen verbrandingsovens, maar er is meer dan één methode van genocide.«36 Ondertussen heeft zelfs een veelgevraagde talkshowgast en geïnterviewde over het onderwerp antisemitisme, zoals Meron Mendel, directeur van de Bildungsstätte Anne Frank en verdediger van het bestaansrecht van Israël en het ongelukkige concept van antisemitisme, tot dit bittere besef moeten komen en het volgende in het poëziealbum van de Duitse verdedigers van de raison d'état moeten schrijven: »Israël is veranderd. De Israëlische samenleving is enorm veranderd. En het discours over Israël in Duitsland loopt daarom nog eens dertig jaar achter.«37

»Israëls strategische relatie met Washington is een pijler van zijn nationale veiligheid en moet dat ook blijven. In het geval van een grootschalige regionale oorlog zal deze relatie nog crucialer zijn.«38 In vergelijking met andere landen die Amerikaanse gunsten genieten, is het mogelijk om te meten hoe bijzonder de behandeling van Israël is. Het is gebruikelijk dat de VS iets terugverwacht voor hun steun aan een land. In het geval van de Europese hulp bij de wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog en de garantie van bescherming in het kader van het Trans-Atlantische pact voor wederzijdse bijstand, was het voordeel op korte termijn de stimulans voor de Amerikaanse export, het voordeel op middellange termijn de nauwe integratie van West-Europa in het Amerikaanse economische en juridische systeem, en het geostrategische voordeel de frontlijnpositie van de Europese NAVO-landen tegen het Warschaupact. In tegenstelling tot Engeland en Frankrijk, die moesten worstelen met dekolonisatie, kwamen de VS economisch en politiek uit de oorlog als een ridder zonder angst of verwijten, ondanks hun bloedige staat van dienst op het gebied van genocide en slavernij. Het beeld van de VS als een netto militaire contribuant binnen de trans-Atlantische alliantie is daarom alleen correct als men geen rekening houdt met het overschot dat de supermacht (heeft) gegenereerd op andere, niet-militaire gebieden, die gebaseerd zijn op de afhankelijkheden van de alliantiepartners van de VS binnen de mondiale juridische en economische orde - bijvoorbeeld in het geval van sancties die eenzijdig door de VS zijn opgelegd. Het is mogelijk deze enge kijk op de economie en het leger die Maersheimer en Walt de voordelen doen missen voor de VS, dat Israël sinds de oprichting met meer dan 100 miljard dollar heeft gesteund39. Bijna zoals Donald Trump destijds deed met Duitsland en Europa, maken ze een berekening waarbij de VS alleen maar als verliezer uit de bus kan komen. Jarenlang werd het

»geld van de Amerikaanse belastingbetaler gebruikt om de economische ontwikkeling van Israël te subsidiëren en het land te redden in tijden van financiële crisis. Amerikaanse militaire hulp heeft Israël gesterkt in tijden van oorlog en geholpen om zijn militaire superioriteit in het Midden-Oosten te behouden. Washington heeft Israël brede diplomatieke steun verleend in tijden van oorlog en vrede, en het geholpen om het land te beschermen tegen de negatieve gevolgen van zijn eigen acties. Amerikaanse hulp is ook een sleutelelement geweest in het langdurige Arabisch-Israëlische vredesproces, waarbij overeenkomsten zoals de Camp David Akkoorden of de vredesverdragen met Egypte en Jordanië gebaseerd waren op bindende toezeggingen van groeiende Amerikaanse steun.«40

Het lijkt erop dat de vertegenwoordigers van de supermacht zich openlijk laten bedotten ten overstaan van de hele wereld, zoals onlangs het geval was bij de onderhandelingen met Hamas over de vrijlating van de gijzelaars, die schaamteloos worden gedwarsboomd door de Israëlische premier Netanyahu. Het zou gemakkelijk zijn voor de VS om hun eisen voor een staakt-het-vuren op te leggen aan de Israëlische regering en de strijdende partijen te dwingen om te onderhandelen. Het enige wat ze zouden moeten doen is hun omvangrijke wapenleveranties stopzetten (waarna de Europese leveranciers en Duitsland hetzelfde zouden doen in onvoorwaardelijke trouw) en sancties en embargo's opleggen - en handhaven - die vergelijkbaar zijn met de sancties en embargo's die in veel andere gevallen zonder blikken of blozen worden opgelegd. In plaats daarvan beperkte Biden zich tot het tegenhouden van de levering van zware bommen en andere offensieve wapens - een ›symbolische daad‹ die door het vrijgeven van de levering van 2000-pond-bommen, nauwelijks dat Trump zijn presidentschap heeft aanvaard, teniet werd gedaan. Terwijl het plan jammerlijk mislukte door de ontbrekende bereidheid van Israël om veilige zones en corridors te respecteren, om de bevolking van Gaza via de lucht en over zee te voorzien van de eerste levensbehoeften, keurden de VS een extra US1 miljard aan wapenleveringen goed bovenop de US20 miljard aan militaire hulp waartoe de VS zich sinds 2008 heeft verplicht41.

De VS zijn nooit een geloofwaardige bemiddelaar geweest in het conflict in het Midden-Oosten. Een groot deel van de relatie tussen de VS en Israël lijkt op de relatie tussen een invloedrijke patriarch en een zoon die het niet nalaat om onheil te stichten in de buurt (bijvoorbeeld wanneer »vele strategieën ten gunste van Israël [...] de nationale veiligheid in gevaar brengen«42), maar die wel een belangrijke rol krijgt toebedeeld in het bedrijf. In overeenstemming met het gezegde dat bloed dikker is dan water, werd het beeld van Israël als een ›strategische troef‹ in 1970 stevig gevestigd, in navolging van Mearsheimer/Walt, en werd het een credo in het midden van de jaren tachtig43. In een dergelijke ›familieconstellatie‹ leidt het verbazingwekkende succes van de ›bemiddeling‹ van de vader tussen de onhandelbare leerling en de boze maar minder welgestelde buren tot de conclusie dat de voogd de benadeelde partij tevreden heeft gesteld door middel van een economisch voordeel of door middel van subtiele chantage.

Als Maersheimer/Walt dachten dat ze de handtekening van een Israël-lobby konden herkennen in het feit dat Israël niets te bieden heeft behalve zijn strategische belang in het Midden-Oosten (d.w.z. noch olie noch andere handelsgoederen die onmisbaar zijn voor de VS), onderschatten ze juist die strategische rol die geopolitiek onmisbaar is voor de VS. Terwijl het er naar uitzag dat de reorganisatie van het Midden-Oosten onder de regering Bush alleen maar chaos zou veroorzaken44, wordt nu duidelijk dat Israël precies dit plan nastreeft. Israël doet dit niet alleen met schijnbaar meer succes, maar ook zonder dat de Verenigde Staten het risico lopen jammerlijk te falen. Netanyahu gaat daarbij te werk met eenzelfde gewetenloosheid en chutzpah als Donald Trump heeft getoond sinds zijn eerste optredens in 2016.

Dit toont de nauwe spirituele verwantschap tussen joods en evangelisch zionisme, die een niet te onderschatten bindende kracht heeft. De diaspora, waarvan de verdediging een Israëlische staatsdoelstelling is, heeft hierin altijd een centrale rol gespeeld. Hoe belangrijk het toe-eigenen van Joden voor Israël is om kritiek op de staat en de zionistische ideologie als antisemitisch te brandmerken, blijkt uit een reactie van Eliot A. Cohen in de Washington Post:

»Als antisemitisme betekent dat je obsessief en irrationeel vijandige meningen hebt over Joden; beschuldigt of impliceert dat ze niet loyaal zijn, subversief of verraderlijk zijn, verborgen macht hebben en lid zijn van geheime connecties die instellingen en regeringen manipuleren; systematisch alles benadrukt wat oneerlijk, lelijk of verkeerd is aan Joden als individuen of groepen, en net zó systematisch ontlastende informatie achterhoudt - dan is deze krant inderdaad antisemitisch.«45

Dit toont dat het idee dat de lobby voornamelijk economische of militaire belangen vertegenwoordigt tekort schiet, zoals een artikel over het invloedrijke American Israel Public Affairs Committee uit 1995 laat zien:

»AIPAC is geen politiek actiecomité [om congresleden of gekozen functionarissen te steunen of tegen te werken, red.] en financiert geen politieke campagnes. De kracht van AIPAC ligt niet zozeer in haar deskundigheid op het gebied van public relations, toegang tot de media en genereuze financiële steun, als wel in haar aansluiting bij ideeën van de elite, het opbouwen van allianties met niet-joodse groepen en een diepgeworteld pro-Israël publiek sentiment.«46

De voormalige directeur van de beleidsplanningsstaf in het Witte Huis onder Donald Trump, Peter Berkowitz, bevestigt dit standpunt in zijn recensie van het boek The Arc of a Covenant 47 van Walter Russell Mead, hoogleraar buitenlands beleid aan het Bard College. Berkowitz, die de stelling van de Israëllobby die door Mearsheimer/Walt naar voren wordt gebracht als feitelijk onjuist48 dacht te weerleggen, ontkent dat de VS met de oorlog in Irak (waar Israël officieel niet bij betrokken was) haar betrekkingen met de Arabische staten en de stabiliteit in de regio in gevaar heeft gebracht en bewust tegen haar belangen op het gebied van buitenlands beleid heeft gehandeld. Volgens Berkowitz was de aandacht van Israël minder gericht op Irak dan op de »dreiging van Iran«. »Blijvend onwrikbaar gemaakt door verschillende factoren [...] die op strategische, ideologische, politieke en culturele aspecten duiden«49, berust zowel voor critici als voor zionistische voorvechters de verhouding tussen Israël en de VS op ›met elkaar gedeelde mentaliteiten, culturele disposities en onuitgedrukte overtuigingen‹. In de ogen van deze volmondige verdedigers van Israël kan het zonder lobby. Volgens het radicaal-conservatieve zelfbeeld van zowel zionistische protestanten als zionistische joden zijn beiden »uitverkoren volkeren in een speciaal verbond met God« (Berkowitz)50. Voor zover hun waarden zijn ontleend »aan het christendom en aan de moderne traditie van vrijheid«, lijken ze volledig onafhankelijk en staan ze als het ware boven alle profane deelbelangen. Hun messianisme wordt gevoed door de diepe overtuiging van universalistische neoconservatieve sociale concepten, volgens welke »politieke vrijheid en economische vrijheid geluk en welvaart bevorderen«, niet alleen in de Verenigde Staten, maar »in de hele wereld«. Dit komt omdat de »verspreiding van vrijheid overeenkomt met de menselijke natuur en een hoogtepunt vormt in de historische ontwikkeling van de mensheid.«51 (Vanzelfsprekend moet iedereen die deze standpunkt niet deelt tegengehouden worden.)

In tegenstelling tot de Israëlisch-zionistische lobby, die als overbodig wordt beschouwd, is de Joodse diaspora onmisbaar. Volgens Lidia Averbukh, die haar proefschrift wijdde aan de relatie tussen ›Joden in Duitsland‹ en de staat Israël, is Israëls relatie tot de Joodse ›ballingschap‹ niet zonder problemen. Ze beschrijft de vermenging van ›staatsvolk‹ en ›diaspora‹ als Israëls onvermogen om zich open te stellen voor de niet-joodse bevolking, in het bijzonder natuurlijk de Arabisch-Palestijnse bevolking:

»Bovendien omvat de definitie van het ›Joodse‹ nationale principe de verbinding met de Joodse diaspora. Er heeft geen scheiding plaatsgevonden, tenminste niet wat betreft de rechtshandelingen van het ›Joodse‹ staatsprincipe. In plaats daarvan wordt de Joodse diaspora aangesproken als onderdeel van het nationale collectief. Dit is een verdere belemmering voor het feit dat er in Israël geen transformatie van het Joodse nationale collectief in een pan-Israëlisch collectief van alle burgers kan plaatsvinden.«52

Het is precies dit onvermogen dat de Israëlische regering als het ware tot staatsdoctrine heeft verheven. De natie heeft de diaspora nodig om zichzelf te rechtvaardigen. Het is echter de vraag of en hoe lang de Joden in de diaspora, van wie velen het gebrek aan bereidheid om een regeling te treffen met de Palestijnse bevolking zien als een bedreiging voor Israëls bestaan, zich zullen laten inzetten voor Israëls doelen. Het wordt nu al duidelijk dat de neiging onder Joden om Israël van harte te steunen afneemt. Uitgerekend Meron Mendel, lange tijd een veilige bank voor de media wat betreft de rechtvaardiging van de Duitse raison d’etat, heeft in het weekblad Der Spiegel de Israëlische regering op de korrel genomen en, terugblikkend op zijn eigen ervaringen in Israël, verklaard:

»Veel liberale Israëli's hebben het gevaar van deze [nationaal-religieuze] beweging in hun eigen land onderschat. De bezetting van de Palestijnse gebieden was ook gunstig voor hen. In mijn kindertijd waren de Palestijnen uit Gaza en de Westelijke Jordaanoever de bouwvakkers, de afwassers, of ze stonden aan de benzinepomp bij benzinestations. In de zomer reisden we naar het strand in Gaza en aten we onderweg falafel. Pas bij het uitbreken van de intifada in 1987, de gewelddadige Palestijnse opstand, realiseerden we ons dat de ›humane bezetting‹ waarover we op school hadden gehoord een sprookje was.«

Nu is het radicaal-rechtse zionisme, dat al jaren rigoureus het beleid van Israël bepaalt (›de enige democratie in het Midden-Oosten‹) en desnoods met de kracht van door ons geleverde wapens, en voor wie de bevrijding van Auschwitz zoiets als het historische uur nul van de staat Israël betekent, niet bang om coalities aan te gaan met radicaal-rechtse en totalitaire regimes53: »Netanyahu houdt van de autoritaire heersers van Oost-Europa,« schrijft de correspondent van de Neue Zürcher Zeitung, Ulrich Schmid, vanuit Jeruzalem. »Het feit dat Viktor Orbán ook op antisemitische sentimenten inspeelt wanneer dat nodig is, deert hem niet. De cultus van de Identitarist is belangrijker voor hem.«54 Belangrijker dan Orbáns eerbetoon aan de trouwe Hitler-bondgenoot Miklós Horthy was blijkbaar Netanyahu's gedeelde afkeer van George Soros: Netanyahu »houdt niet van liberalen, laat staan van superrijke, filantropische en politiek hyperactieve liberalen. Soros sponsort niet alleen Israëlische groepen die tegen de regering zijn, maar ook Palestijnse organisaties en, volgens het ministerie van Buitenlandse Zaken in Jeruzalem, organisaties die Israël belasteren en het land het recht op zelfverdediging ontzeggen.«55 En onlangs nog prees de Israëlische minister verantwoordelijk voor de Joodse diaspora en antisemitisme, Amichai Chikli, op de radio Le Pen's steun voor Israël en haar deelname aan de mars tegen antisemitisme en zei dat het »goed voor Israël zou zijn als zij president van Frankrijk zou worden.«56 Chikli had ook een video online gedeeld waarin de leidende kandidaat van het Rassemblement National, Bardella, een tweestatenoplossing na 7 oktober voor ongegrond verklaarde.57

Het is moeilijk te verbergen dat de voorstanders van het Israëlische zionisme goede connecties hebben in de hoogste kringen van de politiek, de media, het bedrijfsleven en de academische wereld. Het is in ons belang om hier de aandacht op te vestigen. Het als antisemitisch bestempelen en beschuldigen van het verspreiden van samenzweringsmythes helpt alleen diegenen die dergelijke samenzweringsmythes verspreiden. Bijvoorbeeld, de vraag naar academische samenwerking tussen universitaire instituten in Duitsland en hun partners in Israël heeft voor het eerst (?) de aandacht gevestigd op de manier waarop Israëlische academici toewerken naar de Israëlische politiek van uitzetting, net zoals oriëntalisme en etnologie in het verleden toewerkten naar koloniale politiek.

»Gebouwd op autochtoon Palestijns land en bedoeld als instrument voor de uitbreiding van de joodse kolonisatie en Palestijnse onteigening, werden de Israëlische instellingen voor hoger onderwijs opgericht in de traditie van de landrovende universiteiten. Net als andere kolonisatorinstellingen werden Israëlische universiteiten opgericht om de koloniale infrastructuur van de Israëlische staat in stand te houden. Wat hen echter onderscheidt is hun expliciete en progressieve rol in het in stand houden van een regime dat de internationale gemeenschap nu overweldigend als apartheid erkent.«58

Zoals me pijnlijk duidelijk is geworden, wordt deze visie niet gedeelt door groten delen van de Westerse Waardengemeenschap, zeker niet door Duitsland of slechts met beperkingen.

De gelijkstelling van kritiek op Israël en anti-joods ressentiment als ›antisemitisme‹ heeft het effect van een ijzeren koepel ter verdediging van de luchtsoevereiniteit over de bureaus van redacties bij het in het openbaar behandelen van Israël-gerelateerde onderwerpen. Als onderwerpen zoals de volgende niet volledig kunnen worden onderdrukt, dan moet op zijn minst worden voorkomen dat ze grote schade toebrengen aan het imago van Israël. In een interview met Tarek Masoud (Harvard Kennedy School of Government) met Jared Kushner - vastgoedondernemer, schoonzoon van Donald Trump, vriend van de familie Netanyahu59 en zijn adviseur bij zowel de bemiddeling van de Abraham Akkoorden60 als de verhuizing van de Amerikaanse ambassade naar Oost-Jeruzalem - gaf Kushner commentaar op de hervestiging van de bevolking van Gaza naar Egypte of de Negev woestijn om ›de burgerbevolking te beschermen‹ tegen de IDF:

»De eigendommen langs de rivier in Gaza zouden zeer waardevol kunnen zijn, als mensen zouden verhuizen om een bestaan op te bouwen, als je alleen al denkt aan al het geld dat in het netwerk van tunnels en alle munitie is gestoken, als dat was gebruikt voor onderwijs of innovatie [.... Het is een beetje een ongelukkige situatie daar, maar ik denk dat ik vanuit een Israëlisch perspectief mijn best zou doen om mensen daar weg te krijgen en het op te ruimen, maar ik denk niet dat Israël zou hebben gezegd dat ze niet willen dat mensen daarna terugkomen.«61

Al in het voorjaar van 2021 berichtte Associated Press over een »agressieve Israëlische nederzettingenwoede tijdens de Trump-administratie«. Met meer dan 9.000 gebouwde eenheden en duizenden in de pijplijn, is de bouw van nederzettingen dieper in de bezette Westelijke Jordaanoever doorgedrongen dan ooit tevoren.62 Zoals Hanno Hauenstein in februari 2024 schreef, bedient het classificatieportaal Yad263, overgenomen door Axel Springer Digital Classifieds (ASDC), »Israëlische vastgoedbedrijven die actief zijn in de bezette Westelijke Jordaanoever«.

»Israëlische vastgoedbedrijven die actief zijn op de Westelijke Jordaanoever, waaronder Tanya Israel, dat momenteel 32 wooneenheden in Efrat op de markt brengt; Ram Aderet, dat adverteert met een bouwproject in Ariel; en Oron met een ›uitbreidingsproject‹ van 40 villa's in Eshkolot. Ook het bedrijf Harey Zahav, dat onlangs in het middelpunt stond van twee internationale controverses in verband met Israëls oorlog in Gaza, wordt door Yad2 gepromoot voor zijn deelname aan de vastgoedbeurs.«64

Een hele reeks pro-zionistische initiatieven, zoals de zogenaamde NGO Monitor, observeren en onderzoeken het publiek, de media, cultuur en kunst om te bepalen in hoeverre ze de reputatie en legitimiteit van Israël als Joodse staat zouden kunnen schaden en de harmonie tussen de Joodse diaspora en het zionisme zouden kunnen verstoren. Dienovereenkomstig reageren deze initiatieven bijzonder gevoelig op alles wat wijst op een kritische houding ten opzichte van de Israëlische bezettingspolitiek. In de regel dient de insinuatie van ideologische of actieve steun aan het Boycot, Desinvestering en Sancties (BDS)-initiatief, dat door de federale en staatscommissarissen tegen antisemitisme65 wordt gebruikt tegen culturele werkers en intellectuelen om kritische uitspraken te bestraffen, als hefboom. Organisaties zoals de NGO Monitor of de Ruhrbarone spelen een belangrijke rol in dit proces.

De NGO Monitor is een organisatie die in 2001 in Jeruzalem werd opgericht met de steun van het Wechsler Family Fund en gefinancierd werd door »Amerikaanse stichtingen en privépersonen«66, waarvan de oprichter, de Israëlische politicoloog Gerald M. Steinberg, zelfs door de conservatieve Jerusalem Post werd beschreven als iemand die de feiten negeert wanneer hij over mensenrechten schrijft67. Het was bijvoorbeeld de NGO Monitor die in 2007 »de Westdeutscher Rundfunk opriep om wat zij beschouwde als een valse feitencheck, onmiddellijk in te trekken«: de omroep had de onafhankelijkheid van de organisatie betwist en haar ervan beschuldigde dicht bij het Institute for Zionist Strategies te staan68. De NGO Monitor wees ook op »mogelijk misbruik van Duitse ontwikkelingshulpfondsen door NGO's met terroristische banden«. In het persbericht dat werd verspreid door de Deutsch-Israelische Gesellschaft, de hulporganisatie Medico International en de Rosa Luxemburg Stichting, worden de Gesellschaft für Internationale Zusammenarbeit (GIZ) en de Union of Agricultural Work Committees (UAWC) genoemd als organisaties door wiens financiering het Bundesministerium für Entwicklungszusammenarbeit (Federale Ministerie voor Ontwikkelingssamenwerking) indirect het Volksfront voor de Bevrijding van Palestina (PFLP) steunt. »Functionarissen van de UAWC en andere NGO's staan momenteel terecht voor het plannen of uitvoeren van terroristische aanslagen. Hieronder valt ook de aanslag in augustus 2019, waarbij de 17-jarige Rina Shnerb werd vermoord.«69

De hysterie die werd veroorzaakt door de botsingen tussen Israëlische supporters van de voetbalclub Maccabi Tel Aviv en pro-Palestijnse Nederlandse supporters tijdens een Champions League-wedstrijd tegen het lokale Ajax in Amsterdam, hetgeen leidde tot diplomatieke verwikkelingen en binnenlandse politieke geschillen, laat zien hoe gespannen de situatie is. Nadat de Israëlische ultra's, die bekend staan om hun gewelddadige gedrag en racistische uitspraken (›Dood aan de Arabieren‹), een Palestijnse vlag van een gevel hadden gerukt, een taxichauffeur hadden aangevallen en leuzen tegen Arabieren hadden geroepen, stuitten ze op verzet van voornamelijk jongeren, die hen in natura terugpakten. De confrontatie, die onmiddellijk werd gestileerd als een ›progrom‹, ontlokte wereldwijd protest, teweeggebracht door de Israëlische regering. President Biden ›klaagde‹, koning Willem-Alexander bood plichtsgetrouw zijn excuses aan, Israël stuurde vliegtuigen om haar fanatici naar huis te brengen. Geert Wilders, nooit vies van racistische opmerkingen, en eerste man van de extreemrechtse meerderheidsfractie, haastte zich naar Schiphol om de Israëlische minister van Buitenlandse Zaken persoonlijk van het vliegveld op te halen, terwijl premier Schoof in Boedapest een bijeenkomst bijwoonde van de Europese Politieke Gemeenschap onder leiding van Victor Orbán.

In zijn boek Een open zenuw beschrijft Peter Malcontent in detail de ›open zenuwen‹ in de relaties van Nederland met Israël. Politici in Nederland vermeden deze zenuw aan te raken, zich bewust van hun medeplichtigheid aan de Jodenvervolging. Hoewel de zionisten in Israël, als eigen volk in een soevereine staat, de Middellandse Zee tussen hen en Europa plaatsten, toonde Nederland een solidariteit met de Joden die nog niet zo lang daarvoor misdadig ontbrak. Sindsdien is de wrok gericht tegen het Semitische broedervolk, de Arabieren:

»Hoewel [de protestantse krant] De Banier het Arabische geweld tegen de Joden blijkbaar als een noodzakelijk religieus middel beschouwde om Gods plan te volbrengen, betekende dat nog niet dat het werd toegejuicht. Ook kranten uit andere zuilen waren ontzet over de Arabische ›wreedheden‹ en ›gruweldaden‹ waaronder de Joodse bevolking van Palestina moest lijden. [...] Opvallend was wel dat de neiging tot bloedvergieten van Palestijnse kant veelal beschreven werd als het product van een primitiever beschavingsniveau, waar Nederlanders zich toch minder gemakkelijk mee konden identificeren dan met de hogere Joodse cultuur met zijn vele Europese invloeden.«70

Deze houding speelt de zionistische lobby in de kaart, die in eigen land hard werkt aan het delegitimeren en taalkundig uitroeien van het Palestijnse volk. Zoals Peled-Elhanan opmerkt, wordt in Israëlische schoolboeken vermeden om over ›Palestijnen‹ te spreken in verband met de traditionele Arabische bevolking71. Ze spreken liever over ›Israëlische Arabieren‹ en gebruiken een formulering die benadrukt dat er geen Palestijns volk bestaat, waardoor de Arabische inwoners van Israël een religieus en etnisch vreemd lichaam vormen in de (zelfverklaarde) Joodse staat. Hierin toont het zionisme zijn nauwe culturele banden met Europa, dat in de achterlijkheid van de ›Arabieren‹ de taak zag om hen te verblijden met de verworvenheden van de Verlichting.72 Met grote verbazing stelt men vast hoe het rechtse zionisme soortgelijke ressentimenten tegen de Arabische bevolking gebruikt en verspreidt waaronder de Joden in Europa moesten lijden. In het zelfbeeld van een zionist als de Israëlische minister van Financiën Bezalel Smotrich van de Religieuze Zionistische Partij, die doelmatig verantwoordelijk is voor de uitbreiding van de nederzettingen, zijn »Joden, als zijn eigen familie, de echte Palestijnen«73. Precies hier wordt duidelijk hoe nabij het zionistische wereldbeeld bij de Zuid-Afrikaanse apartheid staat: de radicale zionisten die vanuit (Oost-)Europa en de VS naar Palestina zijn geëmigreerd, zien zichzelf als ›Palestijnen‹ op dezelfde manier waarop de Europese immigranten naar Zuid-Afrika zichzelf als ›Afrikanen‹ zagen: als God behagende, rechtmatige meesters van het land en zijn volk.

Alsof er alleen maar Joden in Israël zouden zijn, verheft de uitgever Suhrkamp zijn auteur Jehuda Amichai natuurlijk tot de ›poëtische stem van Israël‹, terwijl de Bayerische Rundfunk (redactioneel verantwoordelijk voor Israël) de lofzang van de Israëlische president Isaac Herzog overneemt, voor wie de zanger Edan Golan »belangrijk was als de stem van Israël ›vooral in deze tijd‹«74. Bij elk dergelijk bericht wordt Israël vanzelfsprekend en unaniem tot ›Joodse staat‹ verklaard. Wie denkt er nog aan dat in Israël - nu een wirwar van gebieden met verschillende verantwoordelijkheden en demografische en religieuze samenstelling, afhankelijk van hoe je telt - ongeveer de helft van de bevolking niet-joods is. In de dagelijkse berichtgeving, waarin met Joden altijd Israëliërs worden bedoeld, komen ze over als bedreigde succesvolle mensen, terwijl de Palestijnen ofwel humanitaire hulp nodig hebben ofwel fanatiek en gewelddadig zijn.

De kleinering van Arabieren volgt, net als die van Joden, oude ›oosterse‹ clichés. Zo worden Arabieren gezien als achterlijke moslims, als onbetrouwbare partners die elkaar het ene moment hartelijk omhelzen en het andere moment in de rug steken. Hun onverschilligheid en berusting in het lot, hun onvermogen om zich te organiseren (wat een nadeel bleek te zijn in het verzet tegen het westerse paternalisme) loopt als een rode draad door de verslaggeving. Telkens als er een verzetsdaad plaatsvindt, een opstand tegen loze beloften en overduidelijke discriminatie, dienen deze stereotypen als rechtvaardiging voor het feit dat we in de Palestijnen geen betrouwbare partner hebben met wie we in vertrouwen kunnen onderhandelen en duurzame akkoorden kunnen sluiten. Amerikanen worden beschuldigd van het verbreken van verdragen voordat de inkt droog is - alsof zij ooit een verdrag hadden nageleefd dat niet op hun voorwaarden was gesloten. »Terwijl de Palestijnen in Nederlandse kranten werden beschreven als simpele lieden, gekenmerkt door een ›wrede psychologie‹, bleef de zionisten een dergelijke karikatuur bespaard.«75 Dat dit zo blijft, dat Joden altijd van hun (blanke) beste kant worden getoond, met integriteit, geloofwaardigheid, vooruitziendheid en innovatie, wordt gewaarborgd door het feit dat karikaturen van Joden gemaakt door niet-joden onmiddellijk worden geïnterpreteerd als een uiting van die onuitroeibare Jodenhaat, als antisemitische ophitsing. Interessant is dat wanneer je ›bösartige Karikatur‹ (kwaadaardige karikatuur) intypt, je vooral zoekresultaten krijgt waarin ›kwaadaardig‹ wordt geassocieerd met ›antisemitisch‹.

Het Europese beleid ten aanzien van Israël als geheel geeft aan hoe klein Europa speelt ten opzichte van de Verenigde Staten als het gaat om het recht doen aan de aanspraak van de Palestijnen op een eigen staat. Duitsland speelt hierin een betreurenswaardige rol, als de staat die zich verzet tegen een kritische houding ten opzichte van Israël. Vooral Duitsland heeft in kritieke situaties in de Verenigde Naties met de VS voor Israël gestemd of zich van stemming onthouden.

Het geschil over de oprichting van een staat Palestina, de gemiste kans op een vreedzame tweestaten- of misschien zelfs éénstatenoplossing sinds de Oslo-akkoorden en op zijn laatst de 1e Intifada, is een uitstekend, levendig voorbeeld van de algemene neiging van onze samenleving om decennialang het bijltje erbij neer te gooien. Voorspelbaar en in versneld tempo stevenen we af op onhoudbare omstandigheden van een ontwikkeling die al onomkeerbaar is met de beschikbare middelen en die zelfs Israëlische Joden, die een leven lang hebben gestreden voor vreedzame coëxistentie tussen volkeren, naar de rand van de wanhoop drijft. De Duitse minister van Buitenlandse Zaken Annalena Baerbock, die niet kan ophouden met praten over een tweestatenoplossing, kan het niet opbrengen om de ›tweede staat‹, namelijk Palestina, te erkennen zoals Ierland en Spanje hebben gedaan.


Voetnoten

[*] Thomas Wessel, Christuskirche Bochum: Hoe de BDS te stoppen, 10 september 2018.

[**] Assaf Orion, “Israel and the Coming Long War”, Foreign Affairs, 12 september 2024.

[1] Jannis Hagmann, “Schwere Vorwürfe”, taz 5 december 2018.

[2] Hakim Bishara, “Requesting the Country Cut Funding to Jewish Museum in Berlin”, hyperallergic, 11 dec. 2018.

[3] Jüdisches Museum Berlin, www.jmberlin.de/ausstellung-welcome-to-jerusalem.

[4] Hakim Bishara, op. cit.

[5] Itamar Eichner, “Netanyahu urges Merkel to stop funding Berlin's Jewish Museum”, ynetnews 12 sept. 2018, ynetnews.com.

[6] ynetnews op. cit.

[7] Uwe Ritzer, “Söldner getarnt als Berater oder neutrale Experten”,süddeutsche.de, 6 december 2019.

[8] Zie onder andere: Peter Malcontent, op. cit.

[9] Ha'aretz, 26 september 2001.

[10] Eric Hazan, “Du Chantage au harcèlement judiciare”, in: Balibar etal, Antisémisme: l'intolérable chantage, pp. 51-58, p. 54ff.

[11] “Als je Joods bent en Hamas niet veroordeelt, zou je niet in de tent mogen”, zegt bijvoorbeeld Micah Halpern na 7 oktober in de Jerusalem Post ("Het zou niet in de tent mogen. Oktober in de Jerusalem Post (“Het is tijd om Joodse Jodenhaters te censureren”), 22.11.2023.

[12] Yehuda Kurtzer, “Wat bedoelen we met een ‘Big Tent’?”, Anshe Emet Synagoge, 1 juni 2022. https://www.ansheemet.org/events/yehuda-kurtzer/

[13] Dave Schechter, “Jewish Atlanta's Big Tent Closed to Anti-Israel Left”, Atlanta Jewish Times, 13 december 2023.

[14] Joseph Massad, “Israëls legitimiteit werd gebouwd op de Holocaust. Nu wordt het vernietigd door zijn genocide”,middleeasteye.net, 10/10/2024.

[15] Een stroming in de heilshistorische theologie, opgericht door John Nelson Darby (1800-1882), die vooral in het Amerikaanse protestantisme voortkwam uit de Brethren-beweging. Het is gebaseerd 1. op een letterlijke interpretatie van de profetische teksten van de Bijbel; 2. een consequent onderscheid tussen de redding van Israël en die van de Kerk; 3. een differentiatie van Gods handelen in 'bedelingen' (tijden van redding).

[16] Erhard Kamphausen, “Christelijk zionisme. Die Bedeutung Jerusalems im Endzeitdenken des protestantischen Fundamentalismus”, conferentie Auf zum letzten Gefecht? Christian Zionism on the advance, 8-10 december 2006, Online-Texte der Evangelischen Akademie Bad Boll, p. 4. Fn: Lynn, B., Pathways to Armageddon, 193 e.v. Lynn leidt de wet van het land af uit Genesis: “De Abrahamitische familie kreeg het uitgestrekte stuk land van de 'rivier van Egypte' tot de 'rivier de Eufraat'. Toen Abram om zekerheid vroeg dat dit ook werkelijk zou gebeuren, wordt ons in Genesis 15 verteld dat God een bloedverbond sloot. ... Met deze daad schonk God Abram en zijn nakomelingen onvoorwaardelijk niet alleen Zijn land, maar de hele 'Vruchtbare Kreek' en garandeerde dit met niets minder dan Zijn eigen eeuwige leven. ... Dit doet alle Arabische aanspraken op het land Israël teniet.”

[17] Maayan Lubell/Elena Ringler, “Christian evangelicals harvest land in settlements Israel hopes to annex”, Reuters, 21.9.2019.

[18] "De voormalige senior adviseur van het Witte Huis van Trump sprak over de mogelijke waarde van het onroerend goed van Gaza aan het water tijdens een evenement op Harvard in februari, toen al meer dan de helft van de gebouwen in Gaza was beschadigd of vernietigd, volgens meerdere nieuwsberichten. [...] Kushner suggereerde ook dat de 1,4 miljoen mensen die in Rafah in het zuiden van Gaza schuilen, naar Egypte of naar de Negev woestijn in het zuiden van Israël zouden kunnen worden verplaatst om hen te beschermen tegen een mogelijke Israëlische aanval.” Peter Bergen, “In welke wereld leeft Jared Kushner?”, CNN, 21 maart 2024.

[19] (De ontmoeting tussen de senator uit Delaware en Golda Meir in 1973 is natuurlijk onvergetelijk, wat in schril contrast stond met de ontvangst door slechts een nederige partij in Caïro.) Zie Jean-Pierre Filiu, “Joe Biden, een trotse ‘zionist’ sinds 1973”, Le Monde, 12 mei 2024.

[20] Mario Del Pero, “L'idée que l'intérêt national des Etats-Unis ne correspond plus à celui d'Israël est de plus en plus répandue”, Le Monde, 15 mei 2024.

[21] Steven Friedman in een interview met Laurence Piper, “Good Jew, Bad Jew”, theoria, Vol.70/No. 177, 1.12.2023.

[22] Yisrael Medad, “Israel must change her story as one of repatriation and restoration to combat propaganda”, Jerusalem Post, 6 november 2024.

[23] Ibid.

[24] Rapportage over conflicten in het Midden-Oosten - Woordenlijst, 18 oktober 2023.

[25] Jean-Pierre Filiu, Comment la Palestine fut perdue, p. 63.

[26] Michel Réal, “De Russische vriend”,Le Monde Diplomatique, september 2024.

[27] "Tegen 1970 hadden de Sovjets een goede reden om tevreden te zijn met hun verwezenlijkingen in het Midden-Oosten in de anderhalf decennium sinds hun eerste contacten met de Arabieren. Ze hadden sterke relaties ontwikkeld met Nasser's Egypte ... en met Syrië, Irak en Algerije. Moskou verbeterde ook gestaag zijn relaties met de niet-Arabische 'noordelijke' landen Afghanistan, Iran en Turkije.” Sovjetbeleid ten aanzien van het Midden-Oosten, CIA Research Paper.

[28] J. Mearsheimer/S. Walt, p. 25

.

[29] s. Daniel Marwecki, op. cit. p. 61ff.

[30] Gezien de relaties met de Arabische staten was de VS tegen het Europese avontuur en zag zichzelf in de rol van 'antikoloniale waarnemer'. zie Daniel Marwecki, op. cit. p. 58.

[31] J. Mearsheimer/S. Walt, p. 24ff.

[32] "Afschrikking betekende gebruik maken van Israëls formidabele staat van dienst van overwinningen (en vijandelijke nederlagen) om elke antagonist ervan te weerhouden het land aan te vallen. Vroegtijdige waarschuwing maakte het mogelijk om snel reservetroepen op te roepen' waardoor Israëls grote pool van burgersoldaten kon blijven bijdragen aan de economie en de samenleving totdat ze gemobiliseerd werden voor actieve dienst. Op militair niveau gaf het de IDF ook de mogelijkheid om de slagorde snel aan te passen. De beslissende overwinning was bedoeld om elke bestaande dreiging weg te nemen en de afschrikking verder te versterken.” Assaf Orion, op.cit., 13.9.2024.

[33] Ernst Woit, Atomwaffenmacht Israël, Wissenschaft und Frieden, 4/2002.

[34] J. Mearsheimer/S. Walt, op. cit., p. 6.

[35] J. Mearsheimer/S. Walt, op. cit., p. 48.

[36] Shulamit Aloni in Ha'aretz van 6 maart 2003, geciteerd in E. Hazan, op. cit.

[37] Meron Mendel, Hoe moeten we over Israël praten, in gesprek met Claudia Kuhland in 3sat Kulturzeit, 27 maart 2023.

[38] Assaf Orion, op.cit., 12.9.2024.

[39] M. Eisenstadt/D. Pollock, “Friends with Benefits: Why the U.S.-Israeli Alliance Is Good for America”, The Washington Institute for Near East Policy, 7 november 2012.

[40] J. Mearsheimer/S. Walt, op. cit. p. vii.

[41] “Sinds 2008 moeten de VS alle wapenverkopen aan Israël en andere landen in de regio afwegen tegen de eis dat Israël een ‘kwalitatieve militaire voorsprong’ behoudt op alle vijanden, zowel statelijke als niet- statelijke actoren.”, Lara Seligman, “In de war over het Israëlische wapenbeleid van Biden? Dit is wat je moet weten”, politico.com, 15.5.2024.

[42] J. Mearsheimer/S. Walt, op. cit. p. 8.

[43] J. Mearsheimer/S. Walt, op. cit., p. 51.

[44] Volgens NAVO Supreme Allied Commander Wesley Clark (1997-2000) plande het Pentagon na de invasie van Afghanistan ook aanvallen op Soedan, Somalië, Libië, Libanon, Syrië, Irak en Iran. (“VS plannen om zeven moslimstaten aan te vallen”, Al Jazeera, 22.9.2003)

[45] Aangehaald in Johannes Thimm, “Der Streit um die ‘Israel-Lobby’ in den USA”, SWP-Zeitschriftenschau 4, juni 2006.

[46] Claude Levy, “Le lobby juif americain”, Revue Française d'Études Américaines, nr. 63, février 1995. Lobbyen en lobbyisten. pp. 77-91;

[47] Walter R. Mead, The Arc of a Covenant. The United States, Israel, and the Fate of the Jewish People, New York 2022.

[48] Peter Berkowitz, “Ties That Bind. The United States and Israel share a special relationship”, Claremont Review of Books, herfst 2022.

[49] Hoogleraar internationale geschiedenis aan de Science Po in Parijs, Mario del Pero, op. cit.

[50] Naast de “democratische, occidentale as, waarvoor Israël een fort is dat door het liberale Westen moet worden verdedigd”, is er dus een “tweede, religieuze as, voor zover sommige Amerikaanse evangelisten in het zionistische plan altijd de potentiële verwezenlijking van een millenaristische eschatologie hebben gezien”. (M. del Pero, op. cit.)

[51] Berkowitz, op. cit.

[52] Lidia Averbukh, Parallele Gruppenrechtssysteme im 'jüdischen und demokratischen' Staat Israel, Diss., München 2020, p. 53. https://athene-forschung.unibw.de/doc/138345/138345.pdf

[53] Orthodoxe Joden hebben een door en door pragmatische verhouding tot hun geboden en een instrumentele verhouding tot de niet-orthodoxe omgeving. Ik herinner me dat zo iemand eens op Sjabbat een kennis in Amsterdam op straat aansprak om haar te vragen het lichtknopje voor hem om te draaien.

[54] Ulrich Schmid, “Netanyahu mag Orban aus vielen Gründen. Der wichtigste heisst Soros”, NZZ, 19.7.2018.

[55] Ulrich Schmid, op. cit.

[56] "Extreemrechtse Le Pen zou ‘uitstekend’ zijn als Franse president, zegt Likud-minister Times of Israel”, Times of Israel, 2 juli 2024.

[57] Louis Imbert, “Quand Emmanuel Macron s'agace des propositions pro-RN d'un ministre israélien”, Le Monde, 10.7.2024. Zie ook Gilles Paris, “Les nouveaux habits pro-israéliens de l'extrême droite européenne”, Le Monde, 31.5.2024.

[58] Maya Wind, op. cit. p. 195.

[59] Ron Kampeas, “When Netanyau slept at the Kushner's”, Jerusalem Post, 14 februari 2017.

[60] Verdrag inzake samenwerking en bereidheid tot dialoog tussen Israël, de VS en de islamitische staten Bahrein, U.A.E., Marokko (2020) en Soedan (2021).

[61] James Farrell, “Here's What Jared Kushner Said About Gaza's Waterfront Property - And Where It's Been Said Before”, Forbes, 20 maart 2024. En Donald Trump in een interview met radiopresentator Hugh Hewitt: “[Gaza] zou beter kunnen zijn dan Monaco. Het heeft de beste locatie in het Midden-Oosten, het beste water, het beste alles.”, geciteerd door Seb Starcevic, politico.com, 8 oktober 2024.

[62] Joseph Krauss, “Trump-era piek in groei Israëlische nederzettingen is pas begonnen”, AP, 14 april 2021.

[63] Yvonne Wodzak, “Axel Springer pikt Israëlisch classifiedsportaal Yad2 in”, new business, 6 mei 2014.

[64] Harey Zahav “heeft zich als missie gesteld om nederzettingen en wijken te bouwen in de regio Judea en Samaria voor diverse doelgemeenschappen door het aanbieden van diverse bouwprojecten.” en noemt op haar website een aantal projecten voor kolonisten in Emanuel, Avnei Hefetz, Mevo Dotan en Moshav Na'ama. (https://hzahav.co.il/en/about-us/)

[65] https://www.antisemitismusbeauftragter.de/Webs/BAS/DE/service/laenderbeauftragte/laenderbeauftragte.html

[66] De NGO-monitor wordt georganiseerd door het Institute for NGO Research (tot 2016 The Amutah for NGO Responsibility). De 'vereniging' wil “dienen als een openbaar onderzoeksinstituut dat publiekelijk (niet-politiek) de activiteiten van NGO's analyseert, in het bijzonder diegene die actief zijn binnen de internationale gemeenschap en in de gebieden van de Palestijnse Autoriteit en die zich bezighouden met het Arabisch-Israëlische conflict, en de transparantie van de richtlijnen van humanitaire NGO's onderzoeken.” (Financial Report, 31 dec. 2018) De hoofdsponsor is REPORT, eenNGO gefinancierd door de Wechsler Family Foundation en geregistreerd in de Verenigde Staten, met als doel “het onderwijzen over en bevorderen van burgerverantwoordelijkheid door systematisch onderzoek en analyse van de activiteiten en transparantie van regeringen en niet-gouvernementele organisaties, hun financiers en bijbehorende kaders.”

[67] Kenneth Roth, “The Truth Hurts”, Jerusalem Post, 1 april 2004.

[68] Jüdische Allgemeine, 25 juni 2017.

[69] Persberichtop de website van de Duits-Israëlische Vereniging, 13 december 2022.

[70] Peter Malcontent, op. cit. p. 43.

[71] s. Nurit Peled-Elhanan, Palestina in Israëlische schoolboeken, p. 67ff.

[72] Volgens een persbericht van de EU-delegatie van 28 juli 2021 “hebben beide een lange gedeelde geschiedenis van toenemende onderlinge afhankelijkheid en samenwerking. Beide delen dezelfde waarden van democratie, respect voor vrijheid en de rechtsstaat en zijn gehecht aan een open internationaal economisch systeem gebaseerd op marktprincipes. Meer dan vijf decennia van handel, culturele uitwisseling, politieke samenwerking en een ontwikkeld systeem van overeenkomsten hebben deze betrekkingen verstevigd.” In 2003 overwoog de politicoloog en hoofd van het kantoor van de Friedrich Ebert Stichting in Israël de mogelijkheid van een Israëlisch lidmaatschap van de Europese Unie, dat volgens hem afhankelijk zou zijn van talrijke voorwaarden (waaronder de oprichting van een Palestijnse staat en een regeling met de Arabische buurlanden), maar hij sloot het niet uit als een manier om het conflict in het Midden-Oosten vreedzaam en permanent op te lossen. “Een langetermijnstrategie, maar flexibele EU-strategie voor het Midden-Oosten, zou Israël stevig aan Europa moeten binden - mogelijk zelfs tot op het punt van EU-lidmaatschap. Dit zou een duurzame vrede in Palestina bevorderen. Als onderdeel van een herzien “Barcelona-proces” zou de EU tegelijkertijd moeten helpen om de politieke en economische ontwikkeling in de buurlanden van Israël te bevorderen.” (Winfried Veith, Eine europäische Perspektive für Israel: Schlüssel zur Lösung des Nahostkonflikts, Internationale Politik und Gesellschaft, 2/2003).

[73] “Smotrich denies existence of Palestinians in Paris speech”, The Jewish Chronicle, 20.3.2023. Smotrich ontleent zijn recht aan het feit dat zijn grootvader, die vanuit de Oekraïne, waar zijn voorouders woonden, naar het Britse Mandaat emigreerde, de '13e generatie' afstammeling was van een familie die in Jeruzalem woonde. De vraag is of we niet allemaal terug kunnen kijken en aanspraak kunnen maken op gebieden waar onze voorouders eeuwen geleden woonden.

[74] “›October Rain‹ wird ›Hurricane‹: Israels ESC-Teilnahme genehmigt”, BR24Kultur, 8.3.2024.

[75] Peter Malcontent, op. cit. p. 58.