Wanneer een intelligente en gecultiveerde mens een een simpele vraag stelt,
moet iets ernstigs gebeurt zijn. (F. Krivine)
Weer een boek over antisemitisme, vraag je je misschien. En om eerlijk te zijn, gezien de stortvloed aan publicaties, heb ik mezelf die vraag ondertussen ook gesteld. Nu zul je zeker verwachten dat ik je voorstel om dit boek toch te kopen en zo mogelijk te lezen. En niet alleen omdat het me zoveel tijd heeft gekost om het te schrijven.
Maar niet tegen elke prijs: als je Joden haat, raad ik je aan dit niet te doen. Je zult in dit boek geen argumenten vinden die je vooroordelen en ressentimenten versterken. Ook het Palestijnse verzet vraagt om kritische benadering, maar dat hoort niet thuis in dit boek. In beide gevallen moet je echter bij je standpunt blijven en je niet laten verguizen als ›antisemiet‹. Als zodanig bevind je je in een bonte samenleving van kritische intellectuelen en kunstenaars van allerlei pluimage, inclusief joden en buitenlanders, secularisten en homoseksuelen, iets wat je misschien niet bijzonder waardeert. Gepromoot door het inflatoire, misleidende gebruik van ›antisemitisme‹, worden deze door officiële of zelfbenoemde vertegenwoordigers van de strijd tegen antisemitisme onverwacht op gelijke voet geplaatst met neonazi's, holocaustontkenners en andere mensen met ›rechtse‹ opvattingen, uit naam van de Duitse raison d'état vanwege hun houding ten opzichte van Israël en het zionisme.
Dit boek is het resultaat van een irritatie die de auteur sinds 2020 plaagt. Het vindt zijn oorsprong in de steunbetuiging van bondskanselier Angela Merkel voor de Knesset in 2008 als Duitse ›raison d'état‹ – met, zo bleek, ronduit fatale gevolgen voor onze vrijheid van meningsuiting en de artistieke vrijheid. Op zijn laatst sinds die verklaring is het daderprofiel van de vijand van de Joden, in de Duitse geschiedenis traditioneel geworteld in het rechts-conservatieve, identitaire kamp, in de vorm van de antisemiet via een keten van associaties gestileerd tot een politiek vijandbeeld dat door nationalistische zionisten in dienst van Israël, en zeker niet alleen door joodse nationalisten, wordt gebruikt om kritiek op het zionisme en Israël die dicht bij het linkse en links-liberale milieu staat in diskrediet te brengen en het zwijgen op te leggen door te verwijzen naar de rampzalige relatie van Duitsland met de Joden. Sinds de belofte van Merkel doet in het openbaar de onjuiste veronderstelling de ronde dat de relatie tussen de Bondsrepubliek Duitsland en Israël – een bilaterale relatie tussen staten – noodzakelijkerwijs een loyaliteitsplicht inhoudt, niet alleen van elke Duitse burger, maar van iedereen die in dit land zich in het openbaar over Israël uit. De auteur vindt deze eis onaanvaardbaar, niet in de laatste plaats omdat ze in tegenspraak is met de rechten die zijn vastgelegd in de grondwet, maar ook omdat ze zijn ethische principes schendt – in het licht van de tientallen jaren gaande Israëlische politiek van bezetting en verdrijving, vooral sinds de gebeurtenissen van 7 oktober en wat daarop volgde.
Met het oog op de uitgebreide literatuur, voornamelijk geschreven door joodse auteurs die sceptisch staan tegenover de rekbaarheid van de term antisemitisme (waarvan een historicus als Moshe Zuckermann en een uitgever als Abraham Melzer slechts twee van de vele prominente voorbeelden in Duitsland zijn), was een verdere publicatie eigenlijk overbodig. Ik was geïnteresseerd in de vraag waar het bij antisemitisme om gaat – een term die het internationale discours over de relatie tussen joden en niet-joden op een heel natuurlijke en onbetwistbare manier weet te karakteriseren. Hoe kan het dat de ›anti-semiet‹ gonst in de pers terwijl er gezwegen wordt over de ›semiet‹?
Maar ondanks de vele voetnoten: het volgende is geen wetenschappelijke verhandeling (ofschoon net als in een dergelijke verhandeling) het meeste al werd neergelegd in een of andere context, in dit geval door historici, sociologen of politicologen, maar ook door journalisten, kunstenaars en direct betrokkenen, met meer deskundigheid in meer detail beschreven en gedocumenteerd, zoals:
en nog veel meer.
Het is precies in het licht hiervan (waarvan dit slechts een fragment is) dat de auteur van deze regels – als burger van een land met een voorbeeldige democratische grondwet die de onafhankelijkheid van de gekozen volksvertegenwoordigers en de media praktisch verordend – zich afvraagt hoe het kan dat de paradoxen en tegenstrijdigheden tussen kennis en actie niet de aandacht krijgen die ze verdienen in de publieke discours van de media en parlementen en die nodig zou zijn om de principes van recht en moraal te vervullen. (Hoe meer men zich echter verdiept in de geschiedenis van de relatie tussen Duitsers en Joden, Duitsland en Israël, hoe meer men zich verbaast over de chutzpah waarmee taal als de 'tweestatenoplossing' tegen beter weten in kritiekloos wordt overgenomen in het openbaar; hoe de zionistische staat tegen alle nog steeds gewaardeerde rede in onaantastbaar wordt verklaard als het Heilige Land, en religieus en mythologisch wordt verheerlijkt als hét 'Joods toevluchtsoord'. Kritiek op het zionisme en het beleid van Israël kan echter alleen maar verkeerd worden opgevat als denigrerend over het jodendom (als volk of als religie), omdat (Israëlische) staat en (joods) volk opzettelijk met elkaar worden verward, joden worden gelijkgesteld met Semieten[11].
Hetzelfde mentale mechanisme is hier aan het werk dat de verwarring van de herinneringscultuur met geschiedenis aanmoedigt. Hoe belangrijk het geheugen ook is, hoe onmisbaar het zelfs is voor de geschiedenis als wetenschap – ze zijn niet hetzelfde, zelfs niet gelijk. Het geheugen is niet alleen eenzijdig, het is niet eens bijzonder betrouwbaar. Kortom: als het geheugen over het grote gaat, dan gaat de geschiedenis over het geheel. In tegenstelling tot het geheugen is geschiedenis »van nature amythisch«. De geschiedenis wantrouwt de »op mythen gebaseerde herinnering«, die – als we bijvoorbeeld het lot van de Joden tijdens het fascisme nemen – weliswaar objectief bewezen maar niettemin selectief is in termen van tijd en ruimte en beperkt in perspectief. Niet alleen Joodse organisaties zoals de Centrale Raad beschouwen dit als een ontoelaatbare ›relativering‹, die zelfs in politieke kringen gezien wordt als ontkenning van de Holocaust, en vandaar onderhevig is aan de veroordeling van ›antisemitisme‹. In tegenstelling tot de herinnering, die alleen twijfel en tegenspraak duldt op straffe van zelfverlating, begrijpt de geschiedenis »meningsverschil, verandering en onenigheid als deel van een voortschrijdend historisch begrip.«[12] Vanwege deze bereidheid om verhalen en herinneringen in een groter verband te reorganiseren en te evalueren (een ideaal, dat zeker), beschrijft bijvoorbeeld Pierre Nora de geschiedenis als de »belangrijkste tegenstander van het collectieve geheugen«. Vanuit historisch perspectief is dus terughoudendheid geboden, is een kritische afstand gepast ten aanzien van de nauwgezetheid waarmee de vertegenwoordigers van de ›herinneringscultuur‹ omgaan met historische feiten, niet alleen in dit specifieke geval, door te proberen hun 'lieux de memoire' (plaatsen van herinnering) te verheffen tot de rang van 'lieux d'histoire (plaatsen van geschiedenis). Zelfs het lot van Anne Frank als voorbeeld voor velen (Joodse slachtoffers van het nationaalsocialisme) is slechts een van de vele voorbeelden (namelijk verhalen over terreur en totalitarisme in het verleden, het heden en de toekomst).
Waarom, gezien de rijkdom aan materiaal, uitgerekend dit boek over ›antisemitisme‹? Simpelweg omdat de auteur het nuttig vindt om het resultaat van zijn noodzakelijke zelfverzekerdheid over de kwestie van de ›raison d'état‹ op papier te zetten. Hij zou het nooit in zijn hoofd hebben gehaald om zo diep in te gaan op de relatie tussen Duitsers en Joden, alleen maar om zijn persoonlijke houding ten opzichte van dit ene onderwerp – een van de vele onderwerpen waarover een houding vereist is – te bevrijden van de last van de vooroordelen waarop de meesten van ons hun dagelijkse beslissingen baseren. We kunnen ons immers niet altijd habiliteren in de relevante onderwerpen om met een zuiver geweten een mening te hebben over kwesties als de opwarming van de aarde, handelsvoorwaarden, genetisch onderzoek of euthanasie of – zoals in dit geval – de verhouding tussen Joden en niet-Joden.
Dit boek dankt zijn bestaan aan het besef dat het zionisme een project is dat op zichzelf heeft gefaald; dat de staat Israël een staat dreigt te worden die faalt vanwege het zionisme. Bovendien is het boek een uiting van teleurstelling over het ›Jodendom‹ zoals dat in Duitsland wordt vertegenwoordigd door de Centrale Raad van Joden in Duitsland en internationaal door organisaties als de International Holocaust Remembrance Association (IHRA), organisaties die als taak hebben de herinnering aan en herdenking van de slachtoffers van de Holocaust in stand te houden; een ›Jodendom‹ zoals dat wordt begrepen en geclaimd door officiële en zelfbenoemde vertegenwoordigers tegen het antisemitisme. Dit boek is gebaseerd op de overtuiging dat Joden niet in vrede in Israël zullen kunnen leven, zelfs niet wanneer Israël het verzet van de laatste Palestijn heeft gebroken, wanneer de zionistische staat zijn grenzen heeft uitgebreid (niet alleen) van de Jordaan (maar zelfs) tot aan de Litani en de zee. En zelfs deze auteur, als Duitse niet-jood, afstammeling van vrijwillige daders, onvrijwillige medeplichtigen of onvrijwillige niet-joodse slachtoffers (die ook bestonden), zal geen gemoedsrust krijgen door de slachtoffers van de Holocaust te herdenken en zijn goedkeuring te geven aan die politici of media die toestaan en verdedigen dat degenen van wie hij veronderstelde dat ze veel te veel hadden geleden onder vervolging en verdrijving, anderen verdrijven en vervolgen om een twijfelachtige raison d'état te vervullen.
De auteur wil van deze gelegenheid gebruik maken – weliswaar zonder veel hoop op succes – om zowel de vertegenwoordigers als de aanhangers van het zionisme in Duitsland aan het wankelen te brengen, die tegenover een escalatie die afglijdt naar een catastrofe, de illusie niet willen loslaten dat ze het met hun geweten kunnen rijmen om de inwoners van een land te verdrijven om er zelf een toevluchtsoord te vinden en permanent thuis te zijn, vanuit de sombere zelfverzekerdheid van hun historische vergeetachtigheid. Hij wil mensen aanmoedigen om bij zichzelf te rade te gaan die denken dat een volk als de Palestijnen misschien wel een geheugen heeft, maar geen geschiedenis; dat ze niet eens een volk zijn; dat ze maar de nog oudere schande van het kolonialisme zouden moeten vergeten. Maar dat ze wel verantwoordelijkheid dragen en nu zullen moeten opdraaien voor duizenden jaren van Joods ongeluk door de Israëlische kolonisten te dwingen hen met alle noodzakelijke middelen uit Palestina te verdrijven[13] waardoor de Jóód weer wordt zwartgemaakt en ten onrechte wordt denigreerd. Hij, de auteur, wil degenen vermanen die hun geest en hun ogen dichtdoen voor de logica dat, als shoah het Hebreeuwse woord is voor de catastrofe die Joden onder Hitlers fascisme moesten lijden, er altijd ergens een shoah aanwezig zoude zijn voor elke Hebreeër met een geweten – hetzij op grote, hetzij op kleine schaal, of in het buitenland of in eigen land – dat het ›nooit weer‹ van vervolging en vernietiging niet alleen voor Joden maar ook voor anderen geldt. Of: »1947, toen in Amsterdam onder de titel Het Achterhuis, de eerste editie van Anne Frank's dagboeken verscheen, namen Nederlandse soldaten in de Indonesische colonie in hele dorpen kinderen hun vaders.«[14] Als de grote meerderheid van de Bondsdag, die de resolutie ›nooit weer is nu‹ tegen ›antisemitisme‹ aannam, het meende, dan zou dit ook moeten gelden voor de kinderen, vrouwen en mannen in Gaza (om maar een voorbeeld te noemen). Hoe kan het dat de resolutie, hoewel ze »de mensen aan ... Palestijnse zijde een leven in veiligheid, vrijheid, waardigheid en met gelijke rechten« erkent, eigenlijk alleen spreekt over »Joods leven« en altijd in nauw verband met de »veiligheidsbelangen van de staat Israël als centraal principe«, alsof het recht van de Palestijnen in veiligheid te leven ondergeschikt zou zijn aan de veiligheidsbelangen van Israël en de bescherming en versterking van het Joodse leven in Duitsland niet los gezien kan worden van de veiligheidsbelangen van Israël.[14] Door het lot van de Joden in herinnering te brengen, vergeet men blijkbaar dat de staat Palestina – als een gegarandeerd toevluchtsoord voor alle Palestijnen – onlosmakelijk verbonden was en is met de oprichting van de staat Israël – als een toevluchtsoord voor ieder jood. Ze houden vast aan de hersenschim van een tweestatenoplossing en ontkennen de realiteit van het verdelingsplan, dat op zijn beurt slechts het vergiftigde geschenk was van de koloniale machten aan de Palestijnen, die iets werd beloofd dat al van hen was; om van hen af te nemen waar anderen al lang een oogje op hadden. De lippendienst van het ›nooit weer‹ kan alleen van de smerige geur worden ontdaan als die niet alleen geldt voor de gijzelaars van de Hamas-aanval op de nakomelingen van de Holocaustslachtoffers, maar ook voor de nakomelingen van de Nakba die momenteel door Israëlische troepen met onze wapens als vee worden rondgedreven, dodelijk getroffen op zoek naar voedsel door kant-en-klare maaltijden die in onze landen worden bereid en die, in een vreemd begrip van menselijkheid, als manna op hen neerregenen.
Maar dit boek gaat alleen over Israël en het Midden-Oosten in de mate waarin het de auteur betreft, voor wie dit boek een persoonlijke zorg is, en in de mate waarin, zoals Deborah Feldman (en Daniel Marwecki al eerder) onlangs verklaarden, de Duitse discussie over Israël eigenlijk alleen en bijna altijd over Duitsland gaat[16] en over ons Duitsers. De auteur zou daarom maar al te graag een bres slaan in het twijfelachtige morele veiligheidskordon rond de Duitse (bedoeld als 'westerse') belangenpolitiek[17] gelegd rond alles wat Joden aangaat in de vorm van een atavistische raison d'état. Het probleem is dat, in tegenstelling tot alle pogingen het publiek het jodendom te leren begrijpen, mensen in Duitsland in het ongewisse worden gelaten over wie of wat er wordt bedoeld met Joden en Jodendom. Daarom wordt de ›semiet‹ heel ruim uitgelegd, worden de mede inbegrepen Joden in de watten gelegd en wordt hun zelfbesef als uitverkoren volk zoals door het ultraradicale zionisme gepropageerd onkritisch overgenomen.
Hoe ver de onaantastbaarheid van Israël en het zionisme kunnen gaan in naam van het jodendom, bleek onlangs uit de incidenten rond een Champions League-wedstrijd tussen Maccabi Tel Aviv en Ajax Amsterdam. Zelfs nadat duidelijk werd dat de Israëlische fans massaal in de stad waren verschenen met anti-Palestijnse en anti-Arabische haatgezangen, een taxichauffeur hadden aangevallen en in gevecht waren geraakt voordat voornamelijk Noord-Afrikaanse jongeren terugsloegen, vond burgemeester Femke Halsema (GroenLinks) in haar persconferentie alleen woorden van spijt voor de ›Israëlische gasten‹, maar gaf ze alleen de schuld aan de ›pro-Palestijnse activisten en relschoppers‹[18]. De Surinaamse schrijfster Karin Amatmoekrim stelde in haar commentaar bitter dat Israëlische fanatici »niet alleen van een voetbalclub, maar fans van het best beschermde land ter wereld« zelfs buiten hun eigen land »schaamteloos trots mogen zijn op de haat en wandaden van hun regering«; ze mogen »denken dat ze weg kunnen komen met moord omdat de wereld de andere kant op kijkt naar hun wandaden.«[19] Terwijl leden van de diplomatieke dienst al maanden tijdens hun lunchpausevoor het Ministerie van Buitenlandse Zaken demonstreren tegen de houding van de Nederlandse regering trekt deze zich blijkbaar niets aan van de voortdurende minachting van het internationale recht door Israel.
Gemotiveerd door de wens om eindelijk niet meer te spreken over antisemitisme in gevallen waarvoor onmiskenbare termen bestaan zoals vijandigheid tegenover Joden, antizionisme, kritiek op Israël en dergelijke, ontken ik al deze gevallen geenszins. Integendeel, ik verwacht dat ze worden genoemd bij de namen die ze hebben gekregen, omdat alleen dan kan worden beoordeeld of de betreffende incrimineringen terecht zijn. Een samenleving die zo veel waarde hecht aan haar rechtsstaat en zich zoveel moeite getroost om zich te verdiepen in de externe omstandigheden en interne motieven van criminelen om tot een rechtvaardig oordeel te komen, zou die niet in staat moeten zijn om bijvoorbeeld iemand die het zionisme bekritiseert of verwerpt, te beschuldigen van antizionisme en dienovereenkomstig te beoordelen of te veroordelen? Een criticus van het Israëlische beleid beschuldigen van antisemitisme om hem te beschuldigen van een anti-Joodse houding, die doet denken aan de Holocaust, voldoet niet aan de eisen van een rechtsstaat. Zelfs als je het als belastend zou beschouwen als een persoon van Palestijnse afkomst een kippah van het hoofd van de drager slaat omdat hij hem als ›Jood‹ ten onrechte de schuld geeft van zijn lot, dan nog draagt het over één kam scheren van deze Palestijn met een neonazi die een Joodse begraafplaats ontheiligt of hakenkruizen op muren spuit onder het mom van ›antisemitisme‹ niet bij om de daad, noch de rechtvaardigheid te beoordelen. Het is deze gelijkstelling van (terechte) kritiek op Israël en (verblinde) Jodenhaat die het gevaar inhoudt dat alle Joden aansprakelijk worden voor het beleid van de Israëlische regering. Dit speelt het beleid in de kaart dat alle Joden wil mobiliseren voor de dubieuze zaak van het radicale zionisme, dat al decennia dominant is in Israël, in naam van een verkeerd begrepen plicht tot steun.
Als het al niet gemakkelijk is voor een Amerikaanse Jood om onderscheid te maken tussen Jodendom, Zionisme en Israël,[20] hoe zou een niet-Joodse Duitser, een redacteur of correspondent, die geacht wordt in een artikel van negentig seconden of enkele regels verslag te doen van ›incidenten‹ op de Westelijke Jordaanoever of ›terroristische‹ aanslagen in Tel Aviv, erin slagen om interne en externe conflicten uit te leggen waar een Jood een heel boek over nodig heeft. Ondertussen kunnen we zien waar dit toe leidt wanneer elke poging om gebeurtenissen in hun context te begrijpen wordt opgeofferd aan de beperkte tekenset van een messenger service en de aandachtsspanne van een gamer. Als het blijkbaar te veel gevraagd is van onze politici om zich vertrouwd te maken met kwesties waarvan zij denken dat ze hen niet aangaan, terwijl ze worden betrokken bij beslissingen die ons allemaal aangaan, dan zouden intellectuelen, journalisten en commentatoren op dergelijke beslissingen op zijn minst moeten nadenken over hun kritisch gezond verstand in hun professioneel taalgebruik. Zij zouden zich moeten verdiepen in de nogal diepe Duitse woordenschat, in plaats van altijd hetzelfde woord als ›antisemitisme‹ te gebruiken om kritiekloos een beschuldiging te verspreiden die geen onderscheid maakt tussen de soms tegenstrijdige belangen van de staat, de moraliteit van de burgermaatschappij, de schuld van de (mede)daders en de verantwoordelijkheid van degenen die daarna zijn geboren en alleen legitiem verzet ziet aan de ene kant, terrorisme aan de andere.
Het is noodzakelijk »elke verwarring van jodendom met Israëlische politiek tegen te gaan, zich de specificiteit van woorden en concepten toe te eigenen, onderscheid te maken tussen politieke kritiek en antizionisme, antizionisme en antisemitisme en rekening te houden met de historische complexiteit van het zionisme.«[21] Wie wordt bedoeld met ›Joden in Duitsland‹? Wie wordt er aangesproken? Duitse burgers van het Joodse geloof? Israëlische Joden, te gast in de Bondsrepubliek? Joden die geëmigreerd zijn uit Oekraïne of Rusland en hier verblijven of op weg zijn naar de VS of Israël? Hoe kunnen ›Joden in Duitsland‹ ooit thuis zijn in Duitsland, wanneer Israel het echte thuis van alle joden is? Verklaren we de diaspora niet vrijwel dakloos door aan te nemen dat Israël het thuis en toevluchtsoord van alle Joden is? En als niet-joodse burger van deze staat, als iemand met een joodse vriend of een joodse buurman vraag ik me af: toevlucht waarvan, waarvoor, en warom? In een staat of, in een illusie die niet alle Joden delen? Want zoals Uri Avneri zegt: »In Palestina werd een Joodse staat gesticht, maar verreweg de meeste Joden toonden geen buitensporige neiging om die op te zoeken.«[22]
Misschien had Sonja Lahnstein[23], econoom, getrouwd met een ex-minister van Economische Zaken, ook haar twijfels toen ze in een interview de vraag stelde: »Wie van mijn vrienden zou mij verbergen?« Ik ken mevrouw Lahnstein niet persoonlijk, maar mijn eerste reactie was: ik zou het me kunnen voorstellen. Toen werd ik overvallen door twijfel of ik wel de juiste persoon zou zijn, omdat het land en de situatie waarin mevrouw Lahnstein zich zou moeten verstoppen een land en een situatie zou zijn waarin je je moet verstoppen vanwege je overtuigingen, opvattingen of achtergrond, een land waarin ik ook beter naar een ›toevluchtsoord‹ zou kunnen uitzien. Wat dat betreft ergerde ik me aan het nieuws in de Franse media voor de laatste presidents- en parlementsverkiezingen (2024) dat uitgerekend Serge Klarsfeld Marine Le Pen het hof maakte en, gesteund door zijn weerbare eega Beate – de vrouw die ooit zoveel lef had getoond – partij koos voor het Rassemblement National tegen links. De zaak laat zien dat het een wijdverbreide misvatting is dat er een breekpunt in de samenleving loopt langs de lijn tussen Joden en niet-Joden.
Misschien zou mevrouw Lahnstein mijn hulp toch overbodig vinden. Nogal wat Joodse Duitsers, hoewel niet duidelijk is hoeveel, vinden het heel normaal om zich in een staat te vestigen op land dat hen aantoonbaar niet toebehoort. Deze aanhangers van het zionisme beschouwen de toe-eigening van Palestijns land duidelijk als een soort territoriale restitutie, een teruggave van het land waaruit ze menen dat hun voorouders door de Romeinen werden verdreven, en nog meer voor het onrecht dat hen meer dan tweeduizend jaar is aangedaan. Je zou ze bijna willen aanraden om te verdwijnen naar waar ze denken beter af te zijn, ware het niet dat dit in strijd is met de principes van onze samenleving, waar ze deel van uitmaken (mevrouw Lahnstein is tenslotte getrouwd met een manager die eigendomsrechten weet te waarderen):
«Begeer niet
het huis van je kameraad,
begeer niet de vrouw van je kameraad,
zijn knecht, zijn dienstmaagd, zijn os, zijn ezel,
noch iets dat van je kameraad is.«[24]
Gelukkig hoef je in onze samenleving geen bescherming ›verdiend‹ te hebben om er zeker van te zijn. Joodse Duitsers moeten zich in Duitsland net zo veilig voelen als Joodse Europeanen in Europa als in hun thuisland. Of het nu Joden, Sorben, Sinti, Roma, Samen of Denen zijn, ze kunnen en moeten erkend worden als een volk en of het nu Joden, Christenen, Moslims of Hindoes zijn, ze moeten › op hun eigen manier gelukkig kunnen worden‹. Maar in het geval van een geschil moeten ze ook een beroep kunnen doen op de rechtbank en, net als elke burger, vertrouwen op de wet om te beslissen of hun etniciteit gerechtvaardigd is en hun eer en geloof geschonden worden. En als dit gebeurt, moeten ze erop vertrouwen dat er recht zal worden gedaan. Geen enkele antisemitisme-commissaris, geen enkele centrale raad (noch van de Joden, noch van de Sinti/Roma, noch van de moslims) mag het laatste woord hebben als het gaat om wat iemand denkt of zegt over Joden of over Israël, hoe ik hen zie, wat ik over hen denk, zelfs niet als het onflatteus voor hen is, lasterlijk of ongepast lijkt.
[1] Thomas Suárez, How Terrorism Created Modern Israel, in: Arab Studies Quarterly, XXXIX/2, Spring 2017, pp. 861-864.
[2] J. Bowyer Bell, Terror out of Zion, New Jersey, 1996.
[3] Nur Masalha, The Palestine Nakba, Berkeley, 2012.
[4] Vincent Lemire, Au pied du mur, Paris 2022.
[5] Amnesty International, Israel and the occupied Palestinian Territory, [www.amnesty.org/...] okt. 2024.
[6] Linda A. Malone, The Kahan Report, Ariel Sharon and the Sabra-Shatilla Massacres in Lebanon, Faculty Publications No. 587, William & Mary Law School Scholarship Repository, 1985, pp. 373-433.
[7] Dore Gold, Tower of Babble, New York 2004.
[8] Y. Lein/E. Weizman, Land Grab: Israel's Settlement Policy in the West Bank, B'Tselem Report, mei 2002.
[9] M. Bar-Zohar/N. Mishal, Mossad: Missionen des israelischen Geheimdienstes, Köln 2015..
[10] Colin Chapman, Christian Zionism and the Restoration of Israel, Cambridge, MA, 2021.
[11] Waarbij de auteur er gemakshalve van uitgaat dat de Joden een volk zijn en dat niet-Joodse lezers zelfs maar weten wie of wat ›Joden‹ zijn. Hierover later meer.
[12] Nurit Peled-Elhanan, Palästina in israelischen Schulbüchern, Otterstadt [Hirschler] 2022, p.14.
[13] Daarin heeft het Israëlische parlement onlangs een wet aangenomen die de regering machtigt om families te deporteren waarvan familieleden zijn veroordeeld voor terrorisme.
[14] Charlotte Wiedemann, Den Schmerz der Anderen begreifen, Berlin [Propyläen] 2022, p. 43.
[15] In dit opzicht is deze resolutie, die pretendeert op te komen voor de Joden, een onheilbrengend geschenk voor die Joodse Duitsers die geen vriendschap willen sluiten met het zionisme, laat staan met het beleid van Israël. Zie »Nie wieder ist jetzt – Jüdisches Leben in Deutschland schützen, bewahren und stärken«, Antrag der Fraktionen SPD, CDU/CSU, BÜNDNIS 90/DIE GRÜNEN und FDP, Deutscher Bundestag, Drucksache 20/13627. 5.11.2024.
[16] Daniel Marwecki, Absolution? Israel und die deutsche Staatsräson, Göttingen 2024, p. 17.
[17] Zoals Marwecki laat zien aan de hand van het voorbeeld van het Akkoord van Luxemburg van 1952 en een protocol van 17 juni 1952, »argumenteert Adenauer [...] niet moreel, maar doelgericht«: De »belangrijkste geadresseerde van Adenauers compensatiebeleid [is] niet de Israëlische staat of, voor educatieve doeleinden, de Duitse samenleving. In plaats daarvan gaat het om de ›westerse wereld en vooral de VS‹.« (Marwecki, op.cit., p. 30)
[18] Arjen Schreuder, “Burgemeester Femke Halsema kijkt terug op gitzwarte nacht: 'Onverdraaglijk en onverteerbaar. Deze uitbarsting van antisemitisme is on-Amsterdams', NRC, 12.11.2024.
[19] Karin Amatmoekrim, 'Het grote gelijk van Israël', NRC, 12.11.2024.
[20] Josuah Leifer (in een fragment uit zijn boek Tablets Shattered) heeft net op dit probleem gewezen vanuit het perspectief van een Amerikaanse Jood: “We waren een buitenpost van Israël in New Jersey's noordwestelijke Bergen county. De identificatie met de staat Israël was totaal, ook al was het een Israël bevroren in de tijd, ruwweg de jaren 1970, de jaren van de jeugd van onze Israëlische leraren. We namen de Israëlische feestdagen in acht met een ijver die we nooit toonden voor hun Amerikaanse tegenhangers. [...] Jodendom en zionisme waren synoniem; ik had geen idee waar het ene eindigde en het andere begon”,The Guardian, 15.8.2024.
[21] Denis Sieffert, »Antisémitisme: entre réalités et manipulations«, in: E. Balibar, Antisémitisme: Intolérable chantage, p. 11-26, p. 12.
[22] Integendeel: de Bondsrepubliek Duitsland heeft momenteel te maken met een toenemende wens van Joden om het Duitse staatsburgerschap te verkrijgen in het kader van de naturalisatie tot teruggave, waarvan het aantal steeg van ongeveer 11.400 in 1922 (5.670 uit Israël) tot ongeveer 14.000 in 1923 (9.129 uit Israël) en in de eerste vier maanden van 2024 al rond de 10.000 lag, waarvan 5.670 uit Israël.
[23] In een artikel van Jana Werner, »Wer von meinen Freunden würde mich wohl verstecken?«, Die Welt, 14 juni 2024.
[24] Martin Buber, Dekaloog, Exodus 20:2-17.